Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKENINGEN

l) Vrgl. o.a. Arthur Drews „Psychologie des Unbewussten", bij Georg Stilke, Berlijn, z. j., S. VII „Die Psychologie ist, seit Descartes mit seioem Cogito ergo sum in der Hauptsache Bewusstseins-psychologie gewesen", vrgl. o.a. van denzelfden Schrijver het werk „Das Ich als Grundproblem der Metaphysik", J. B. C. Mohr (P. Siebeck), Leipzig en Tübingen, 1897; zijn „Plotin und der Untergang der antiken Weltanschauung", Eugen Diedrichs, 1907 (waarvan de inleiding door ons werd vertaald en uitgegeven bij P. Dzn. Veen te Amersfoort); in het algemeen zijn onderscheiding van „das Denken vom Sein" en „das Denken des Seins", dus den,,genitivusobjectivus" en den „genitivus subjectivus". Volgens een woord van Windelband, geciteerd bij Joh. Hessen „Patristische und Scholastische Philosophie", verschenen bij Ferd. Hirt in Breslau, 1932, S. 3a heeft Augustinus (mede met den zoogenaamden „methodischen twijfel") „das Cogito, ergo sum des Begründers der neuzeitlichen Philosophie vorweggenommen und erscheint so ais Urheber des modernen Denkens". — Waar wij (in den tekst) spreken van het verleggen van het accent in de menschelijke bewustzijnsgesteldheid en van het Theocentrische in het anthropocentrische, daar bedoelen wij allerminst te beweren, dat ook Descartes (en Kant) den mensch zonder meer tot middelpunt zou hebben gemaakt, wij bedoelen slechts te wijzen op de menschelijke bewustzijnshouding, die hier naar voren komt. Dr. J. D. Bierens de Haan in zijn rede over „de Beteekenis van het Mensch-

Phaenomenologie 8

Sluiten