Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontledigd is van het heimelijk agnosticisme harer litterarischhistorische methoden en zuiver theologisch, bij de nadering van God, op zichzelf in deemoed teruggeworpen wordt." Men vergelijke hierbij ook onze uiteenzetting „Naar Aanleiding van Barth's Verblijf in Nederland" bij H. J. Paris te Amsterdam, 1926. Zooals men nu met betrekking tot het „kennen" Gods het menschelijke kennen eerst recht zon willen fundeeren, zoo kan men ook met betrekking tot het „bewegen" Gods enz. betuigen, dat dit eerst recht aan de beweging in het menschlijk geestesleven haar waarde in wezen geeft, juist omdat deze, de menschelijke beweging, aldus gezien, secundair is. In zooverre dus, nog eens, willen wij niet te kort doen aan deze en dergelijke getuigenissen; maar men hoede zich daarbij voor een scheefgetrokken ken-, werkelijkheids- of Wezensleer, die zich in de Theologie op den duur moet wreken. — Prof. Dr. Th. L. Haitjema wijst, om dit werk nogmaals te noemen in „Karl Barth", bij H. Veenman en Zonen te Wageningen, 1926, blz. 150 terecht inzake de „dialectische" Theologie op de groote beteekenis der „bewogen relatie van openbaring en persoonlijk geloof voor de Godskennis. Hier dus eerst recht beweging (aant. 14). •*) Vrgl. ook het komen tot, roepen tot, zuchten tot, handen, oogen opheffen tot God enz., telkens in de Schriftgetuigenis voorkomende, voorts Psalm 19 :2 v.; Spreuken 4 :23; Jezaja 7:2; Daniël 10 : 10; Hand. 7 :28 enz. •») Openb. 4 : n; Hand. 18 : 28. M) Hebr. 11:3.

•») „Tijdsdirift voor Wijsbegeerte**, Erven F. Bohn te Haarlem, 1931, blz. 290 v., zie voorts o.a. van denzelfden Schrijver het artikel over „de Eenheid der Syntaxis" in „Wetenschappelijke Bijdragen, aangeboden door Hoogleeraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan", de Standaard, Amsterdam, 1930.

••) Hoewel een en ander voor ons tegenwoordig onderzoek niet is uit te werken, wijzen wij er nogmaals op, dat als een der belangrijkste problemen, zoo niet als het belangrijkste probleem inzake de kentheorie, het punt aangaande de verhouding tusschen beweging en bewustzijn moet worden aangemerkt. Waar het empirisch bewustzijn door beweging, door conflict wordt gewekt, daar is (hoe men ook over de verhouding tusschen bewustzijn en be-

Sluiten