Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ADVENT IN HET ALGEMEEN

Aan het feest van Kerstmis gaat een voorbereidingstijd vooraf, gewoonlijk «Advent«genoemd.Deze Latijnsche benaming «Adventus» is afgeleid van het werkwoord « advenire », hetwelk « aankomen » of « naderen » beduidt. Het Latijnsche taaleigen vormt vaak een zelfstandig naamwoord, door achter den stam van het supinum de uitgangen turn of sum te veranderen in tus, sus of xhj. Het aldus gevormde substantief duidt dan de handeling van het werkwoord in het bestaan — als feit — aan. Adventus beteekent derhalve: «het aankomen, het aanrukken, dat aan den gang is. » Men spreekt van de adventus der legers en bedoelt daarmee, dat de legers vertrokken zijn van hun garnizoensplaatsen, onderweg zijn en naderen. In dien zin moeten wij het woord «Advent» in het Kerkelijk jaar begrijpen : de Messias is op komst en nadert.

De « Advent» is zeer oud, de eerste sporen ervan vinden wij terug in de IV* eeuw. Het eerste document, dat er melding van maakt, dateert uk het jaar 380, waarin het concilie van Saragossa plaats had. De aldaar gebruikte uitdrukkingen doen een praktijk veronderstellen, reeds stevig in de Christelijke gemeente ingeworteld. Daarna worden de getuigenissen voor het bestaan van den Advent talrijker.

In de VTe eeuw valt zijn uitbouw in definitieve formuleering der teksten *.

1. I. v. Hoütryve, O. S. B., L'Avent in Questiom Uturgiques et Paroissiales, 1929, blz. 283.

Sluiten