Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE 0-ANTD70NEN

Geen meer geëigende en in den geest der Kerk passende voorbereiding tot Kerstmis dan het vrome bidden der reeks feriale Mis-formulieren en officies door de Liturgie in de week vóór 's Heeren Geboorte-feest ons geboden. Fijn gestileerd en diepzinnig als ze zijn, moeten ons vooral de Antifonen der Laudes boeien. Hier valt weer op, wat wij boven reeds bespraken, hoe de idee overheerscht in de Latijnsche Advents-Liturgie. Steeds gaan hare gedachten uit naar «het komen » van den Heiland. In welk geschiedkundig verband deze komst opgenomen ligt, laat de Kerk van Rome buiten beschouwing. Zij spreekt in den geest van den grooten Paulus, in wiens brieven herhaaldelijk het sterven, de begrafenis, het verrijzen van Christus vermeld wordt, doch die voor de geschiedkundige bijzonderheden geen oog schijnt te hebben.

De Laudes en Vespers, de twee oudste en gewichtigste gebedsuren van de primitieve Kathedraal, zijn in den Advent opvallend rijk versierd.

Behalve op de dichterlijke Laudes-Antifonen moeten wij hier nog wijzen op eene geheel eenige ontwikkeling van het Magnificat der Vespers.

Op 17 December beginnen in de Vespers de zoogenaamde O-Antifonen. Het zijn zeven aandoenlijk-lyrische gezangen, bestemd om bij het hoofdmoment der Vespers, het Magnificat, voorgedragen te worden. Daarin trilt als het ware al het smachtend verlangen der Oudvaders naar den Messias. Geen wonder, dat de Middeleeuwen deze heerlijke liederen zoo hoog waardeeren. Volgens de kernachtige uitdrukking dier dagen moest men ze niet zingen maar uitjubelen. Driemaal werden zij in het koor plechtig aangeheven; vóór het Magnificat, vóór het Gloria Patri en na het Sicut erat.

Muziek en orgelspel alsmede klokkengebeier begeleidden de voordracht der geliefde Antifonen. Het zingen dezer liederen speelde ieder jaar een heerüjke rol in het koor en

Sluiten