Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROND KERSTMIS

gebruik nieuw leven had doen toevloeien. In dien tijd voerde men op het koor of in het voorhof der domkerk en andere bedehuizen gaarne de zoogenaamde Paradijs-spelen op. De actie ervan bewoog en concentreerde zich rondom een met appelen behangen boom, voorstellend den levensboom van 't Paradijs, waarvan Genesis 2, 9 verhaalt. Ons op zinnebeelden zoo belust Middeleeuwsch voorgeslacht bracht den Paradijs-boom in verbinding met den Kruisboom, waaraan de levensvrucht Jesus hing.

Venantius Fortunatus heeft in de Vespers-hymne van den Passie-tijd deze vergelijking dichterlijk uitgewerkt, waar hij spreekt van « den volschoonen, glanzenden Kruisboom, in wiens takken de losprijs der wereld hing». Deze Kruisboom genoot in de Paradijs-spelen juist om de in hem neergelegde verheven beteekenis een hooge vereering. Lichten droeg hij oorspronkelijk niet, doch gaarne omringde men hem met kaarsjes. Aldus ontstond geheel spontaan in de Katholieke kerken het gebruik lichtfooomen te plaatsen. Voor het volk waren dat Paradijs-boomen, Kruisboomen, Christus-boomen.

Nu begrijpt men, hoe gemakkelijk men op de gedachte kwam dien levensboom juist in de Kerstdagen in de woningen op te richten, wijl van oudsher zich de gewoonte ingeburgerd had tegen het einde van December sparren met lichten en vruchten te sieren.

Op die wijze staat dan toch de Kerstboom met het aloud Germaansch gebruik in verbinding. Men ziet evenwel dat dit verband veel losser is dan moderne folkloristen, voor wie alle Christelijke feesten en gebruiken noodzakelijk een heidenschen ondergrond moeten hebben, het willen doen voorkomen. Goed beschouwd bepaalt de Germaansche zede enkel den tijd der oprichting van den Kerstboom. De zaak zeifis in haar wezen christelijk. Van huis uit is de Kerstboom een Bijbelsch zinnebeeld.

Voor het overige valt er in dezen niet veel met aplomb

Sluiten