Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB GETIJDEN VAN KERSTMIS

Heiland te groeten, gloeien van brandende liefde, tintelen van de heerlijkste poëzie. Ach! hoe missen wij telken jare op Kerstmis die zegenrijke Getijden. Wie ze kende, denkt er met heimwee aan terug en getuigt gaarne met Sint Augustinus : «Welke zoete tranen heb ik niet vergoten, o mijn God, als ik deze hymnen en gezangen hoorde... Naar gelang de zoete tonen van het gebed mijn ooren troffen, drong de waarheid in mijn hart en ontvlamde zij het van liefde ». Het plechtig zingen van Kerstfeest-officie is enkel nog in kapittels en kloosters van oude orden in zwang. Daarbuiten bidden het de priesters privatim en blijven de geloovigen ervan onkundig.

Wij kunnen hier onmogelijk ingaan op al de diepzinnige en stichtelijke poëzie, waarvan de Kerstmis-Getijden ten boorde toe gevuld zijn. Wie dit alles in bijzonderheden wil overwegen, hij schaffe zich een der volgende werkjes aan, waarin dit officie meesterlijk gecommentarieerd is. Dom C. Flicoteaux schreef « Le mystère de Noël » (Uitgave der Sint Andries-abdij te Lophem) en van de hand van Dom I. van Houtrijve verscheen « Liturgie de Noël» (Uitgave van den Keizersberg te Leuven). Het alom bekende Année Liturgique van Dom Guéranger is vanzelfsprekend aanbevolen.

De Vespers op den vooravond van Kerstmis zijn in waarheid « majestueus ». Geen ander woord teekent beter de verheven schoonheid van dezen avonddienst. De begeleidende Gregoriaansche zang zet de teksten zoo mogelijk nog hooger kracht en rijker opbloei bij. De Romeinsche Liturgie treedt hier op met al de waardigheid van den ouden senatoren-adel en de weergalooze profeten-taal. Meer kunnen wij er hier niet van zeggen.

In den Kerstnacht verbreken de kloosterklokken plotseling de heilige stilte en strooien door de ruimte een concert van klanken uit, die feestelijk de broeders en zusters ter Metten nooden. De overweldigende majesteit der Vespers

Sluiten