Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROND KERSTMIS

wordt in dit Nachtgebed getemperd door de innigheid der Bethlehemsche aanbidders. Gelijk in het Oosten komt ook in het Westen vóór alles de maagdelijke geboorte van JesusChristus tot uiting. Te oordeelen naar de Responsoriën, zou men meenen met een Maria-feest te doen te hebben. Deze heerlijke gezangen schijnen wel hun ontstaan verschuldigd aan de geestdrift voor de Moeder Gods, die na het Concilie van Ephese (431) als een vloedgolf over de wereld sloeg en alles onder het licht der Maria-vereering deed beschouwen. In dezen tijd moet « de heilige Nachtplechtigheid » ontstaan zijn.

De Metten van Kerstmis onderscheiden zich in verschillende oude Kerken en Orden nog door eenige merkwaardige gebruiken. Eén daarvan is de plechtige Evangelie-lezing. Na de negende Les der Nocturnen komt de diaken, voorafgegaan door üchtdragers, het koor binnen om de Mattheuspericope I, 1, 16 te zingen, waarin de stamboom van Jesus ons bewaard werd. Aandoenlijk is dit Evangeüe, dat van Adam af al de voorvaderen van Jesus opsomt.

Als een jubbelende dankzegging voor de eer aan de voorvaderen, en in hen aan ons, bewezen klinkt daarna het blijde Te Deum, door het volle orgel begeleid.

Dit gebruik heeft zijn eigen belangwekkende geschiedenis en stamt ten slotte nog uit eene aloude Jeruzalemsche ceremonie.

Aetheria, reeds meermalen boven aangehaald, verhaalt ons, hoe in den nachtelijken dienst der basiliek te Jeruzalem telken Zondag plechtig het Evangelie der Verrijzenis door den bisschop gezongen werd *. Reeds vroegtijdig nam men aanstoot aan deze éénvormigheid en begon dit Evangelie te wijzigen door het in overeenstemming te brengen met bepaalde gebeurtenissen van het Kerkeüjk jaar. Kerstmis en Epiphanie kregen het eerst hun eigen Evangelie. Aldus

1. Aetheria Peregrinatio (editio W. Heraeus) 74, G.

Sluiten