Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broertje in haar slendang, bijna even groot als zij zelf. Daardoor komt het, dat haar mager klein lichaampje scheef gegroeid is. En op haar rechter schouder zit een harde eeltknobbel op de plaats, waar de slendang (draagdoek) zoo lang de teere huid en de nog weeke beenderen heeft gedrukt.

Meermalen heeft men vader Amin er indertijd opmerkzaam op gemaakt, dat de stevige jongen van anderhalf jaar veel te zwaar was voor zoo'n tenger meisje. Maar vader Amin is een domme, ouderwetsche, stijfhoofdige Javaan, die vasthoudt aan de gewoonten en gebruiken van zijn volk.

„Het oudste meisje moet haar moeder bijstaan en op de kleintjes passen," beweerde hij. „Dat is haar plicht."

Daarmee was dan alles gezegd.

Toen Dorpat te groot geworden was voor de slendang volgde Wongso hem op, en Merdóe, die toen acht jaar was, ging gebogen onder den last van dien stevigen, lastigen bengel.

En toen Wongso niet meer gedragen wilde worden, kwam de beurt aan Soesmini, een zusje! Dat was lang zoo zwaar niet, en Merdóe vond het heerlijk met het kleintje te spelen en haar in slaap te zingen.

Maar ook Soesmini ontgroeide aan de slendang. En thans draagt Merdóe de kleine Sipa rond, een aardig, dikwangig, mollig wichtje van ruim een jaar.

Als Sipa in slaap is gezongen, en veilig op een matje ligt te dutten, onder bewaking van de oude grootmoeder, dan is Merdóe's werk nog niet ten einde.

Want inplaats van te mogen spelen moet ze moeder helpen in de keuken van 't groote huis: rijst koken,

Sluiten