Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een groote menigte had zich daar verzameld en keek toe hoe de stoere zeelui alles voor het vertrek in gereedheid brachten. Op de zacht deinende zee lagen de groote pedèwa's — logge prauwen met hoog opgebouwde achterstevens, en van twee masten voorzien. De kloeke bemanning heesch de zeilen en de adem van den Westmoesson dreef de vaartuigen zachtkens de haven uit naar de volle zee. Ook aan boord van de Sri Bintang, het schip van Pa Griwoe, werd het anker gelicht. Een laatst tabee klonk naar den oever, door honderden kelen beantwoord, en statig dreef de pedèwa met de andere schepen heen. Steeds grooter werd de afstand, die de vloot van het land scheidde; steeds kleiner werden de omtrekken, tot ze als stippen aan den gezichtseinder verdwenen.

* *

r Goea-Goea is een klein eilandje, ongeveer 50 mijl beoosten Madoera gelegen. Nog niet zoo heel lang geleden werd het voor 't eerst bevolkt door zeelieden uit Gowa (Celebes). Vandaar den naam, die „KleinGowa" betaekent.

Ofschoon de schrale grond een weinig vruchten oplevert en er tusschen de klippen en riffen langs de kust veel visch wordt gevangen, leeft de bevolking toch hoofdzakelijk van den handel. Telken jare, in de maand Maart, als de laatste West-Moesson-winden waaien, vaart de vloot uit bijna 70 schepen bestaande naar Timor, naar de Kei- en Aroe-eilanden of zelfs heel naar Nieuw-Guinea. De stoere schippers verzamelen daar een lading boombast, noodig voor het looien van leer. Deze „run" — afkomstig van den soga-boom verhande-

Sluiten