Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom zouden die Welanda (HoUanders) zoo weinig komen jagen? Ik begrijp die menschen niet. Wat is er nu prettiger dan een hertenjacht?"

„Och, ze vinden het vermoeiend! Als ze meegaan, komen ze hoogstens kijken, hoe wij de herten doodjagen."

„Vroeger, toen onze Sombénga (vorst) nog regeerde, was het een andere tijd. Toen jaagden we vele malen in het jaar."

„Ja, wat dat betreft is het jammer, dat de Welanda hier gekomen zijn. Maar anders... Er is nü veel minder armoe hier."

„Behalve bij langdurige droogte, zooèls nu."

„Daar zullen ze ook wel verbetering in brengen. Ze zijn heel knap. Ik zeg maar: het is een geluk, dat de Welanda's gekomen zijn..."

* *

Tot recht begrip van het gesprokene moeten we even iets verhalen uit de geschiedenis van Boni. Het rijk Boni behoorde tot voor kort thuis onder de „bevriende staten". In naam was het afhankelijk van het Nederlandsch gezag, maar in werkelijkheid stoorde de vorst van dit land zich weinig aan de Hollanders. Als onbeperkt gebieder heerschte deze „Sombanga" over zijn onderdanen. Alle grond was zijn persoonlijk eigendom; de bevolking mocht dien grond slechts bewerken als leengoed. Naast den vorst had de adel vele voorrechten. Hij mocht de menschen oproepen in heerendienst en allerlei schatting doen opbrengen. Een groot deel van de Boegineezen bestond uit pandelingen (hoorigen) en slaven!

Sluiten