Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de jager voorover. Hij strekte de lange lans zoo ver mogelijk vooruit. Aan het einde van die lans hing de verraderlijke strik van rotan. Nog eenige wilde sprongen — daar gelukte het Dangkal den strik over de takken van het gewei te werpen. Als bij tooverslag stond het paard stil, de pooten stevig in den grond geplant. Wild sprong het hert omhoog, rukte en trok om zich te bevrijden. Tevergeefs. De lasso zat stevig vast. Snel hief de jager zijn lans omhoog en met een welgerichten stoot velde hij het arme dier ter neer.

De eerste jachtbuit lag bloedend ter aarde. Weldra werden meerdere herten op het jachtveld gedreven. Een wilde hartstocht maakte zich van de jagers meester. In alle richtingen renden ze hun prooi achterna. Medelijden kenden ze niet. Nauwelijks was een der dieren achterhaald of de wreede lans gaf het den dood. Naar de gevallen dieren zagen de ruiters niet om. Daarvoor waren de koelies goed, die de stuiptrekkende herten de pooten bijeenbonden en aan een langen draagstok naar het jachthuis pikolden. Oorverdoovend was nu het gejoel en geschreeuw, de hartstocht der jacht, de zucht tot dooden zweepte de Boegineezen op tot razernij. Uren aaneen duurde de slachting. Eerst in den namiddag werd het sein gegeven om te eindigen.

Vijftig, meerendeels zeer groote herten, waren in een lange rij rondom het jachthuis op den grond gelegd en nog van alle zijden kwam men met nieuwgevelde dieren aansleepen.

En toen... vond er een tweede jachtpartij plaats. In verschillende richtingen liepen er kleine hertjes rond, die angstig kermend om hun moeder riepen! Helaas,

Sluiten