Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het mijne heeft wel dertig herten doodgeloopen. Ik wil het houden tot het van ouderdom sterft."

„Ge hebt gelijk. Maar, beste vriend, laten we niet vergeten tot wiens eer deze jachtpartij werd gehouden!"

Zwijgend reden ze nu naar een eenzaam huisje even buiten de dessa. Daar legden ze op een offersteen een gedeelte van het hertenvleesch neer, terwijl ze gebeden opzonden naar Karang Lowe, opdat hij regen zou zenden over het verzengde land van Boni.

Overal in de kampong hingen aan stokken reepen hertevleesch te drogen, zoodat de bevolking nog weken daarna een smakelijke toespijs had bij de rijst.

Sluiten