Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is een vlinderbloemige plant, die groote knollen voortbrengt, welke veel voedzaam zetmeel bevatten. Een tweede vrucht was de djagoeng (maïs) waarvan Daleh's moeder heerlijke maïskoekjes kon bakken.

Maar nu 't zóóver was, kwamen er veel erger vijanden opdagen dan de tijgers! Dat waren de wilde varkens!

Daleh's vader vervoert het gekapte djati-hout

Met hun snuit en slagtanden doorwoelden ze den grond en haalden de nog onrijpe ketella-vruchten te voorschijn om die te verslinden. Maar ze verwoestten veel meer dan ze opaten; en zoo deden ze ook op den maïsakker. Daleh werd wanhopig, maar zijn bedachtzame vader zei: „we moeten een stevigen pagger (omheining) rondom onze akkers bouwen, want daardoor alleen kunnen we die verschrikkelijke verwoestingen keeren.

Sluiten