Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die „langstaart" hardvochtig genoeg was zijn lieve moeder, en zijn armen zieken vader „de rimboe in te jagen" dan moest hij de gevolgen maar ondervinden. Dief of geen dief; hij wilde hun lijden niet langer aanzien! Hij zou het gaan wagen! Waarom niet? Hij wilde het geld inderdaad slechts „leenen" en teruggeven zoodra hij genoeg zou hebben oververdiend. Daarna was hij immers weer een eerlijk man!

De nacht was neergedaald over bosch en veld. Het scheen wel of de natuur Daleh's slechte voornemen wilde begunstigen. Een druilerige regen viel, die de gewone nachtgeluiden temperde. Het was helsch donker, en alleen een kind van het land, als Daleh was, kon in deze sombere duisternis den weg vinden.

Hij had in hun kleine Loemboeng (schuur) alles voor een nachtelijken tocht in orde gemaakt. Getrouw had hij de voorschriften van Wongso opgevolgd. Onhoorbaar als een schim gleed hij nu tusschen de boomen door in de richting van Li-Sjang's woning. Het was een wandeling van twee uur — en dus had hij gelegenheid te over om na te denken over 't geen hij ging doen. Geen oogenblik aarzelde hij nu meer, integendeel: bij eiken stap werd hij meer vastberaden! Want hij bedacht, dat deze Chinees een> woekeraar was, een slecht mensch, die gebruik maakte van den nood der armen om zich te verrijken. Wanneer het Districtshoofd de belasting invorderde, dan had menigeen geen geld en... ging hij leenen bij Li-Sjang. Elke gulden, die men leende, moest over zes maanden met een daalder terugbetaald worden. Wie, om niet te verhongeren, een bos padie leende, bracht na 't zelfde tijdsverloop

Sluiten