Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat zullen ze niet, Daleh," sprak de Kontroleur ernstig. „Daar heb ik voor gezorgd." Blij verrast keek de jongen op. „Hebt u — hebt u...?"

„Ja, ik heb ze 't geld geleend, om den Chinees te betalen en ook om de pacht te voldoen." „O, meneer de Kontroleur..."

„Maar luister Daleh. Jij zult mij dat moeten terug geven. Zoodra je vrij komt word je kebon (tuinjongen) in mijn dienst. En van je maandgeld geef je 't grootste deel aan je ouders, die mij dan geleidelijk kunnén terugbetalen."

„O, meneer de Kontroleur...!!" En Daleh knielde neer, omvatte de knieën van den Ambtenaar en sprak: „trima, trima kassi banjak dóro toewan." (Duizend maal dank edele Heer!)

Er behoeft aan deze geschiedenis weinig meer te worden toegevoegd. Daleh heeft als kebon en later als huisjongen zijn heer jarenlang trouw gediend, tot deze met pensioen naar Holland vertrok. Toen kwam hij met zijn vrouw inwonen bij zijn ouden vader, die het nog mocht beleven, dat zijn akker kostelijke vruchten voortbracht, zoodat tenslotte voorspoed zijn deel werd.

Aan één ding slechts denkt Daleh met afschuw terug. Dat is aan het woord „Maling!" dat hem in dien vreeselijken nacht van alle kanten werd nageschreeuwd!

Sluiten