Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinnen een gaatje in den knoop van den koker, zoodat deze lek werd.

„Hé," dacht de weduwe 'n poosje later, ik meende dat ik dien koker net gevuld had, en nu is hij leeg! Laat ik hem nu maar dadelijk gaan vullen."

Weer wierp ze den koker in de rivier, waarvan de betók gebruik maakte om snel weg te zwemmen. Verheugd over het gelukken van zijn list kroop de slimme visch naar den eekhoorn en bood hem het ei aan. De badjing at het dankbaar op en werd weldra krachtig en gezond als voorheen.

Van nu af aan was hun vriendschap nog veel inniger en eiken morgen en avond verhaalden ze elkaar hun wedervaren.

Eens riep de eekhoorn tevergeefs; hij kreeg geen antwoord uit de rivier. Verschrikt ging hij overal zoeken, tot hij eindelijk den ikan-betók stervend, dicht bij den oever vond drijven. Hij kon zich nauwelijks meer bewegen en onze badjing begreep dat zijn vriendje het niet lang meer zou maken.

Bedroefd sprak hij: „Zeg mij broeder, kan ik iets voor je doen?"

„Ach," sprak de visch met matte stem. „Ik ben doodziek en er is slechts één middel, dat mij kan .genezen."

„Spreek op, wat is dat middel, en als het in mijn vermogen ligt, zal ik het u bezorgen."

„Ach, vriend badjing, gij kunt mij niet helpen! Oordeel zelf. Een stuk versche lever van een krokodil alleen kan mij weer gezond maken."

„Is het anders niet?" vroeg de eekhoorn. „Wacht, ik ga het voor je halen."

De schrandere eekhoorn klauterde snel in een klap-

Sluiten