Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„MENÓEBAK".

Het was feest in Boentoek! Alle Dajakkers uit deze hoofdplaats aan den midden-Baritoe waren uitgelaten van blijdschap. „Menóebak" riepen ze elkander opgewonden toe en daarbij glunderden ze zoo vroolijk en er lag zoo'n onomwonden blijdschap op hun gelaat, dat „Menóebak" stellig het allerprettigst begrip inhield, wat iemand zich in dit ondermaansche kan voorstellen. Nu, voor een Dajakker was dit inderdaad het geval. Want „menóebak" beteekent visschen... op een verboden manier!

De breede Baritoe, of rivier van Bandjermasin is over haar geheelen loop buitengewoon vischrijk. Dat weten de Dajaks en de krokodillen. Maar de eersten zijn te traag en te gemakzuchtig om als wakkere visschers er met netten en fuiken op los te trekken, en de laatsten ontwaken eerst uit hun vadzige rust als het vorige boutje geheel is verteerd. Geen wonder dat het in het kalme water van den breeden tropischen stroom letterlijk krioelt van visschen. En daaronder zijn er groote ook, zooals de bekende tapah, een zeer smakelijke visch, die de lengte van een mensch kan bereiken en soms 100 pond zwaar wordt!

Nu zijn er hier en daar enkele kampongs, waar de hutten op palen zijn gebouwd aan den rivieroever. Maar de visch, die daar gevangen wordt door 't afzetten van de monding van een zijriviertje, gaat gedroogd

I

Sluiten