Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Medelijden met u en niets anders is de beweegreden van mijn tusschenkomst."

Daar kwam een oude, halfblinde klimbaars aanzwemmen, die voor zeer wijs doorging, omdat hij wel eens buiten den vijver was geweest.

„Broeders," sprak hij, „mijn einde is toch nabij. Ik wil mijn droevig leven aan den vogel toevertrouwen. We kunnen dan zien, wat er van dit alles waar is."

De reiger vatte hem voorzichtig in den snavel en droeg hem naar den lotos-vijver. Opgetogen zwom de klimbaars daar rond.

Toen hij weer bij zijn broeders terug was, prees hij den reiger zeer.

Nu waren de visschen er ten volle van overtuigd, dat hij hun het leven zou redden: „Pak mij; grijp mij het eerst!" riepen ze.

De vogel zocht een smakelijk boutje uit, maar hij droeg den visch niet verder dan tot de plaats waar wij nu zitten. Aan den voet van dezen boom legde hij het arme dier op den grond neer en doorstak het met den snavel. Daarna at hij het smakelijk op.

Bij zijn terugkomst aan den vijver riep hij: „Wie wil er nu met mij mee?"

„Ik-ik-ik-ik!" klonk het van alle kanten. De reiger had ze maar voor het uitzoeken en kon zijn vraatzucht botvieren.

De visschen, die teleurgesteld achterbleven, deden niets, dan de kreeft bespotten, die hun dit avontuur ontraden had.

Dit begon het dier te verdrieten en hij sprak: „Als straks de vogel terugkomt, laat mij dan eens gaan!"

Sluiten