Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nauwelijks was hij daar echter mee begonnen of een rauwe kreet deed beiden opschrikken, gevolgd door angstgeroep van een mensch.

„Bèwong, mijn geweer 1" riep de kontroleur.

Beiden snelden ijlings in de richting vanwaar het geluid kwam.

Bij een open plek gekomen zagen ze hoe een groote orang oetan met geweldige sprongen een mensch nazette, die er in allerijl vandoor ging. Zoolang hij in 't woud was kon de aap zich veel sneller voortbewegen dan de mensch, want hij slingerde van tak tot tak en maakte handig gebruik van de lange lianen. Maar op de open plek won de mensch het, door snel op een plas water toe te ijlen en zich onverwijld daarin te laten glijden.

Bijna alle apen hebben een onoverkomelyken afkeer van water. En Daoet (want niemand anders was deze mensch) voelde zich daar veilig.

De oetan bleef grommend aan den oever staan, sloeg zich met de geweldige vuisten op de borst en stiet eenige woeste kreten uit. De kontroleur lei langzaam zijn geweer aan. „Niet schieten, toewan!" fluisterde Bèwong. „Het is te ver. En er zijn er meer."

De blanke liet zijn geweer zakken. Plotseling snoof de orang oetan de lucht op. Hij scheen onraad te merken, staarde in de richting der nieuwaangekomenen, maakte rechtsomkeert en was in een ommezien in het dichte woud verdwenen.

Sluiten