Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Langzaam en een weinig beschaamd kwam Daoet naar zijn redders toe. Hij vond het een schande, dat hij zich door een kewó had laten verrassen en op de vlucht drijven. Ook hij was bezig geweest zich een nachtleger te bereiden in de dichte struiken en bij dien ingespannen arbeid had hij niet bemerkt, hoe een reusachtige orang-oetan op hem toe kwam vóór deze al betrekkelijk dichtbij was. Tijd om zijn lans te grijpen was er niet en Daoet zocht dus zijn heil in de vlucht. Blijkbaar achtte de kewó zijn familie door de nabijheid van den Dajak bedreigd en wilde hem daarom onschadelijk maken of op de vlucht drijven.

„Maak je slaapplaats bij de onze," zei de kontroleur. ,?Het is te laat om ergens anders heen te trekken. In geval van nood kunnen we elkaar bijstaan."

Daoet keek met welgevallen naar het tweeloops jachtgeweer van den blanke en nam verheugd de uitnoodiging aan.

Toen het donker werd, waren er drie slaapplaatsen dicht bij elkaar gereed gemaakt en de geregelde ademhaling der mannen bewees weldra, dat ze in gerusten slaap waren verzonken.

's Morgens heel vroeg, toen de natuur nog in diepe rust verzonken lag, begon het boompje dat als hoekstijl dienst deed van de slaapplaats van den kontroleur plotseling heftig te schudden, en deze was vroeg genoeg overeind, om in het bleéke maanlicht een donkere gedaante zich inderhaast van den eenen tak naar den anderen te zien slingeren. Alle drie stonden angstig

Sluiten