Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allerlei vruchten te bezitten, waarvan hij er een ongelooflijke hoeveelheid kon verslinden. Hij verfoeide toen de wieg en vond het zelfs op den beganen grond niet aangenaam, 't Liefst klauterde hij in een boom, waar hij zich uren vermaakte met heen en weer te wiegen op een tak of het vervolgen van een badjing (eekhoorn).

Op zekeren morgen riepen de kinderen hem tevergeefs. „Keessie" was zijn verblijf bij de menschen moede: het

Oerwoud riep hem. Wellicht Baboe ontfermt zich over den dwaalt hij thans rond in de kleinen orang-oetan.

loeau met zijn soortgenooten, zonder zich van zijn jeugd in de kontroleurswoning nog iets te herinneren.

I. Schedel van den mensch.' II. Schedel van den orang-oetan.

Sluiten