Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe te juichen dat eenigen tijd geleden een vereeniging werd opgericht door particulieren: „tot instandhouding der groote wildsoorten op Java."

Alleen leden dier vereeniging mogen in de uitgestrekte terreinen, door haar voor 29 jaren van 't Gouvernement gepacht, gaan jagen, en dan nog maar op zeer beperkende voorwaarden. Aan ieder en jager wordt meegedeeld, hoeveel stuks wild van elke soort hij hoogstens mag „neerleggen", terwijl het dooden der wijfjes streng verboden is. Aan deze bescherming is het te danken, dat het aantal bantengs, dat naar schatting tot 150 a 200 was geslonken in dit groote wildpark weer tot een duizendtal is aangegroeid.

Van de jacht op grof wild is de banteng-jacht verreweg het meest geliefd; misschien wel omdat ze ook het gevaarlijkst is. De banteng toch is een rund, dat nog volkomen in 't wild leeft. De stier is geheel zwart, met witte voeten en draagt op zijn kop een paar geweldige horens, elk soms een halven meter lang, op sierlijke wijze gebogen. Deze horens, die bij kalveren en jonge dieren zwart, doch bij oude stieren geel worden, vormen een vurig begeerd jachttrofee.

We zullen thans het woord geven aan Jhr. v. Weede, die als lid der bovengenoemde vereeniging zoo'n bantengjacht meemaakte.

* * *

„We vertrokken," zoo verhaalt deze jager, „te paard naar Palaboean Ratoe (= vorstelijke ankerplaats) en kwamen op deze schilderachtige plaats, waar de begroeide bergen tot aan zee reiken, des middags aan. Na een heerlijk bad aan 't zuiderstrand gingen we rus-

Sluiten