Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijpheid. Ze bevatten korrels die zacht en zoet zijn, aangenaam voor de zwarte tanden van Topo Ladjoe, en ook droge, steenharde vruchtjes waaraan zich de kippen en de wilde duiven vergasten. Overwerken zal onze Toradja zich echter niet.

Uren achtereen kan hij verdroomen, zittend op de zodenbank voor zijn huis, luisterend naar het gekir van de woudduif of zich vermeiend in het eindelooze spel van wind en golven.

Dan ligt Tamil aan zijn voeten, verzonken in droomen van meer gastronomischen aard.

Wordt een enkele maal de eenzaamheid hem te machtig, dan laadt Topo al de maiskolven die hij in den loop van het jaar heeft opgezameld in de vlerkprauw, die wiegelend ligt vastgemeerd aan de wortels der rhizoforen; hijscht het kleine zeil en laat zich door den adem van het zachte briesje meevoeren naar de stad. Twee dagen later begroet Tamil hem jankend van blijdschap aan den oever en ziet hoe zijn baas olie, zout, rijst, kruit en kogels voorzichtig meedraagt naar zijn woning.

Want Topo Ladjoe kent slechts één groote hartstocht: de jacht.

* * *

Er leeft in de oerwouden van Celebes een dier, dat het midden houdt tusschen rund en antilope; een holhoornige van krachtigen gedrongen bouw — en behept met een merkwaardig slecht humeur. Het is de sapióetan, de boschkoe der maleiers ; de anoa der geleerden.

In kleine kudden vereend trekken deze dwergrunderen door de bosschen en alang-velden, knabbelen aan

Sluiten