Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't loof der struiken; smullen van het malsche kruid. Zelden of nooit krijgt men er een te zien. Want terwijl de kudde graast, zwerft de stier rusteloos rond; staat stil, snuift de lucht op, gromt en maakt bij 't minste gerucht alarm. Dan stuift de kudde uiteen en is in een minimum van tijd in het dichte woud verdwenen. Vijanden heeft de sapi oetan weinig. Er mag eens een kalf bij 't lesschen van zijn dorst door een krokodil worden verschalkt maar dat is dan ook alles. Tijgers, de meest geduchte kwelgeesten der holhoornigen, kent Celebes niet. Alleen de mensch is een gevaarlijk vijand, die met zijn duivelsche uitvinding, het geweer, menig boschrund neerlegt. Doch de omgeving van Topo's woonplaats wordt zelden door menschen bezocht. Wanneer daar iemand rondsluipt met een ouden voorlader onder den arm, zoo is het Topo Ladjoe zelf. En dón zijn de sapi oetans op hun qui-vive, want Topo is een niet te versmaden tegenstander. Nimmer keert hij van zoo'n jachttocht terug zonder een heerlijken voorraad dengdeng (gedroogde lappen vleesch) en een prachtig stel horens van een ouden stier. Koeien en kalveren laat hij echter ongemoeid, omdat hij als sportief jager den wildstand wil beschermen.

* *

Topo Ladjoe zit op zijn oude plaats op de zodenbank en laat zijn oog weiden over den onmetelijken plas. Het is reeds laat in den namiddag; het Oog van den Dag neigt ter kimme.

Plotseling tuurt hij scherp naar den horizon. Een klein vaartuig, dat snel nadert trekt zijn aandacht. Het is geen prauw, want een zeil voert het niet. Ook ont-

Sluiten