is toegevoegd aan uw favorieten.

Vertellingen uit onze Oost

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men worden sterk bewogen. Een oude mannetjes sapi oetan verschijnt ten tooneele. Hij is iets grooter dan de wijfjes en schijnt zich ten volle van zijn kracht bewust. Toch doet hij zeer onrustig; trappelt met de voorpooten, snuift luide de lucht op, gromt en loeit van kwaadheid en schijnt zich een of ander dreigend gevaar bewust.

Een bamboe-boschje verbergt hem voor 't oog van den blanke. Maar Topo Ladjoe heeft hem gezien. Langzaam richt hij den ouden voorlader om volkomen zeker te zijn van zijn schot. De afstand is echter heel groot...

Een knal weerklinkt. De sapi oetan stort neer, doch springt dadelijk weer overeind om dol van woede naar de plaats te rennen waar Topo Ladjoe zit. Doch die zit er niet meer. Hij is behendig in een boom geklauterd en ziet toe hoe de brullende stier zijn vuursteen geweer op de horens neemt en even daarna onder zijn hoeven verplet.

„Dat ding kan er beter tegen dan ik," mompelt Topo.

Nu wendt de stier den kop, krijgt den anderen jager in 't oog en gaat bliksemsnel aan den haal. In een ommezien is hij in 't bosch verdwenen.

* *

„We moeten hem na!" roept de blanke. Doch Topo schudt het hoofd.

„Een gewonde sapi oetan is heel gevaarlijk," zegt hij. „We doen beter naar huis te gaan."

„Onzin!" herneemt de blanda. „Zoo'n kleine stier maakt je niets. Je springt op een omgevallen boomstam of klautert in een boom, zooals jij deed. Ik wil hem achterna."