Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overheid, kosteloos, in gebruik moest krijgen. Het geloof werd tot gewetenszaak van den enkeling, iedereen kon zich aansluiten naar believen bij een of geen religie. Deze innerlijke persoonlijke beslissing, die niemand iets aanging, werd als absoluut onaantastbaar erkend. Dus men „waarborgde de vrije uitoefening van religieuse gebruiken", en liet de inwendige organisatie van het kerkelijke leven op grond der canones en regels aan de desbetreffende kerk over.

Dat alles was uiterlijk wel tamelijk glad en gepast, maar in den grond was het vol van valschheid en sluwheid, omdat het volkomen in tegenspraak was met het eigenlijke wezen van het atheïstisch-mate'railistisch Bolschewisme. Door het decreet van 23 Januari 1918 „wordt de kerk van den staat gescheiden", en in het ontwerp (§ 4 uitgave 1925) wordt toegelicht, dat zulks geschiedt „om den arbeiders werkelijke gewetensvrijheid te waarborgen". Dat wil toch zeggen: niet op grond van principiëele behoeften van het geloof en niet uit achting daarvoor of zelfs uit minzaamheid handelde men zoo, maar uitsluitend uit eng klassebelang, dat in grenzenloos despotisme ingreep in het gebied der religie en hier zijn antireligieuse tendenzen onverbiddelijk tot heerschappij bracht. Het Bolschewisme kon niet onverschillig blijven, maar ging in zijn practijk openlijk over tot den strijd tegen God, terwijl het systematisch alle religieus-kerkelijke leven trachtte te vernietigen. Zelfs de officieele codificator en commentator van het „canonieke recht" van de Sowjet, de vroegere Moskovische Professor P. W. Giduljanow schrijft in „Die Trennung der Kirch vom Staat" (,,De Scheiding van Kerk en Staat"), systematisch geordende verzameling van de in de USSR. geldende wetgeving, uitgegeven door P. A. Krasikow, 3e druk, Moskou 1926, op blz. 8 het volgende: „In het streven, de dictatuur van het proletariaat hoog te houden en den arbeiders — van zijn standpunt uit — werkelijke gewetensvrijheid te waarborgen, is de Sowjet-staat ver buiten het burgernjkgewettigde gebied van staats-overheid gegaan in zijn verhouding tot de kerk, toen hij niet alleen het heele kerkelijke vermogen seculariseerde, maar zelfs als kerkelijke en religieuse gemeenschappen van het eigendomsrecht en van het recht van juridische persoonlijkheid beroofde; toen hij overal de kloosters begon te sluiten, de reliquienvereering liquideerde, het godsdienstonderwijs in de school voor beneden den 18-jarigen leeftijd verbood, enz."

Beslissend voor de verhouding van de antigoddelijke Bolschewisten en de religie werd hun anti-religieuse bedoeling. Wat het orthodoxe christendom van hen te verwachten had, dat sprak met de cynische ongegeneerdheid van communistische „beschaving" één van de „leiders" van de 3e Internationale, N. Bucharin, uit, tot 1929 één

Sluiten