Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar biechtkinderen. Bolschewistische folteraars drongen op een keer de admiraliteit in Petrograd binnen en stelden alle matrozen en knechten, die ze grepen in lange rijen op, om telkens de tiende neer te schieten. Een jonge zeekadet, die de tiende bleek te zijn, stond bij het zien van de onontkoombare terechtstelling te beven als een riet en kromp van doodsangst ineen. Naast hem stond, als elfde, de grijze opperpriester van de admiraliteitskathedraal Alexej A. Stawrowsky. Deze zag de marteling van zijn jeugdigen buurman, wisselde rustig met hem van plaats en redde hem door zijn vrij-

willigen dood Zoo leerde de geestelijkheid haar trouwe zonen

het waardig sterven,

Den bekenden aanhanger van de monarchistische gedachte, professor Boris W. Nikolsky, lokten de Tschekisten uit Woronesh naar Petrograd onder het voorwendsel van een uitnoodiging tot het houden van een rede en wijdden hem weldra ten doode met een groote menigte van andere martelaars. Toen vroeg deze Christenheld om de griezelige gunst, als laatste te mogen sterven, alleen om als kleinzoon van een priester (en zoon van een professor aan de kerkelijke academie) bij gebrek aan een priester aan zijn ongelukkige makkers het heilige sacrament als geleide in den dood te geven. Ze namen dan ook uiterst kalm afscheid van het leven, zooals een der beulen aan de dochter van Nikolsky vertelde, toen hij haar den afscheidsgroet van haar vader overbracht. Om hem nog grooteren smaad aan te doen, werd Nikolsky's lijk voor de wilde dieren geworpen in den dierentuin, die beheerd werd door de tooneelspeelster M. Th. Andreewa, de vrouw van den proletarischen schrijver M. Gorki. Waarlijk, de nieuwe heidenen „hebben de doode lichamen uwer knechten aan het gevogelte des hemels tot spijs gegeven, het vleesch uwer gunstgenooten aan het gedierte des lands. Ze hebben hun bloed als water vergoten en daar was niemand die ze begroef." (Psalm 79 :2, 3) vgl. de courant „Neues Russisches Leben", Helsingfors, 12 November 1920, Nr. 227).

Wij zien dus. dat de Russische kerk in de eerste periode van het bolschewistendespotisme ononderbroken en overal aan 'n chaotischen storm van bloeddorstige krachten en donkere massa's was prijsgegeven; het kerkelijk vermogen werd geplunderd en overal heen verspreid, de geestelijkheid stond, waar zij ook ging, bloot aan de vervolging van een lage communistische vijandschap. Er was geen sprake van een verstandelijke uiteenzetting. Men bezoedelde op een, zoo gemeen mogelijke manier, alle heiligen, dreef er den spot mee, lasterde God op onuitsprekelijke wijze, sprak zonder eenige terughouding kwaad van iedereen, ging zich te buiten aan gemeene beschuldigingen. Een stroom van het meest weerzinwekkende vuil

Sluiten