Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kliniek, waar een communistische aesculaap uit de stam van Juda hem kalmeerende injecties gaf, waarop de groote strijder en hjder voor de gansche Christenheid in den Heer ontsliep op den 25en Maart (7 April) 1925,

Tot op zekere hoogte hebben alle Russische hiërarchen tot op heden het lot van hun patriarch gedeeld en op hun gebied dezelfde geweldenarijen ondervonden, maar in verhouding geldt hetzelfde ook voor de witte (wereld-) geestelijkheid, wier martelaarschap nog des te hooger moet worden aangeslagen, daar ze geheel en al aan de willekeur van het zwarte gepeupel uit de provincie, onder opgewonden, of liever opgezweepte massa's, is overgeleverd en verborgen blijft in den eindeloozen maalstroom van het volk, met hoogstens één enkele maal een uitzondering. Zij heeft ook niet eens den — toch zeker reeds geringen — troost, dat anderen van hun lijden weten of deelneming betoonen; hier geldt het: stom en geheel onbekend zich overgeven — dat is de „onbekende martelaar". En hoe de bolschewistische sfeer in afgelegen streken zijn kan, laat zich hieruit afleiden, dat, nog bij het begin van de bolschewistische tyrannie een provinciaal communistisch „bestuurder" de aanvraag of liever den eisch naar Moskou richtte: „De burgerij slaapt, het roode leger is volkomen gereed; verwacht het bevel om met de Bartholomeüsnacht te beginnen". Deze werden werkelijk vaak onder den naam van „Jeremiasnacht" georganiseerd, en ze golden de voormalige beambten, maar vooral de „Popen", waaronder ze een vernielende opruiming hielden. Ongehoorde gruwelijkheden werden toegepast: hier voerde men naakte menschen bij felle koude naar de rivier en overgoot ze langzaam met water, tot ze verstijfden en stierven; ginds sleepte men een geestelijke uit de kerk tijdens de godsdienstoefening, spleet hem den buik open, spijkerde zijn ingewanden aan een telegraafpaal en dreef den ongelukkige net zoo lang om den paal heen tot de ingewanden er letterlijk uitgemalen waren. °

Des te meer eer voor de geheele Russische geestelijkheid, dat ze in al haar gelederen moedig de „vuurproef" (1 Petrus 4 :12 Russ tekst) doorstaat. Voor de hoogere hiërarchie is het voldoende er aan toe te voegen, dat ze op de hoogte van haar verantwoordelijke en gevaarlijke toestand was en bleef. „Afvalligen" (lapsi en traditores heetten ze in de oude kerk) zijn er slechts zeer sporadisch, hoofdzakelijk uit den kring van hen. die onder wereldschen invloed en druk tot een kerkelijke waardigheid gekomen waren. Ja, misschien stond de eenvoudige Russische geestelijkheid nog hooger: zij ging te gronde, zonder morren en onbekend, in groote scharen. Volgens eenige bedroevende opgaven bedroeg tot het jaar 1921 het aantal der, door de bolschewisten omgebrachte, geestelijken reeds

Sluiten