Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan. 1927), die later een zeer merkwaardige en, in zedelijk opzicht, niet onberispelijke, afzonderlijke gemeente stichtte.

Deze personen vormden, op bevel en onder protectoraat van de „overheid , de z.g. „levende kerk" (vgl. aartsbisschop Methodius (Oerasimow) „Van de levende kerk" Charbin 1926; Prof S W Troizky: Wat is „Levende Kerk"? Warschau '27), die zich nu van het gezag van een staats-instelling meester maakte met goedvfciden en begunstiging van de bolschewisten, wier wil het was dat zij de oude kerk verwoesten en het volk van haar afvallig maken zou. Under deze voorwaarden kon de „levende kerk" zich vrij ontplooien op kosten en tot schade van de patriarchalen, en ze werd op geenerlei wijze gehinderd bij de doorvoering van haar uiterste tendenzen. die dikwijls ongerijmd en niet anders dan van politieken aard waren. Ze behield daarbij wettelijk de hoogste macht en dekte zich met den schijn van te zorgen voor het welzijn van het kerkelijke volk in naam van den heiligen canon. Het eerste gaf haar uiterlijke vastheid, het laatste verblindde ten gunste van haar innerlijke „rechtvaardigheid", beiden waarborgden ze haar overmacht naar buiten. De patriarch van Constantinopel, die zich de zorg over de oproerige kerken aanmatigde, was op grond van zijn „Byzantijnsche economie" in zooverre de „levende kerk" goedgezind, dat hij bereid was om den hem niet ondergeschikten patriarch Tychon ter verantwoording te roepen. Tot op heden geeft

«5.3? ?*lwillend Paraat niet op, hoewel die organisatie in 't geheel niet canoniek gegrond is.

Langzamerhand is de „levende kerk" echter van haar buitenfP°r!?5cdcn teruggekomen en noemt haar vernieuwingen slechts ^khS^Sff9 OCClumCniSche bekrachtiging. Er waren twee mogelijkheden: óf de aanhangers van den patriarch werden geheel opgezogen óf men vereenigde zich vreedzaam met hen. Nóch het een nóch het ander was in overeenstemming met het belana der SST c? daarom werd ^t beide met satanischen hsfver hmderd. Voor het eerste geval, dat met een nieuwe kerkeliike hegemonie dreigde, voelden de bolschewisten hoe l^hSSg totdat ze het nog slechts wettelijk duldden, en, om de „levende kerk nog verder te verzwakken, stonden ze de patriarchenkerk haarTokl^ 5^* te ■» v?roorloo7den"e

uit te btiain.' i!f "^v6 8*°*» « baar invloed onbestreden ut te breiden: iedere regeling gaat door hun atheïstisch-besmetten

ÏÏSJ^ ? T** haaStten 2fch dc bolschewistische

satrapen met de uiterste krachtsinspanning, het politieke element erin te lwga om zoo de kerken bereid te maken, .CcSae bolSewismi (dienstmaagden van het bolschewisme) te zijn De levende kerk is tot groote tegemoetkomingen bereid en verklaart 'ak haï

Sluiten