Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestonden, en daarnaast de grootere groepen van kolonisten. De oudste stadsgemeenten reiken met hun oorsprong tot in de 16e eeuw, zooals b.v. de Michaelisgemeente in Moskou (1576). Ze zijn nu allemaal zóó sterk ingekrompen, dat ze, reeds naar het aantal te rekenen, nauwelijks kunnen leven. Nederzettingen van Duitsche kolonisten zijn er in Rusland sedert Katharina II. De 27.000 Duitschers, die gevolg hadden gegeven aan haar verlokkende oproep 1763-'65 bleven voor een klein deel in de nabijheid van Petersburg (op 't oogenblik 47 dorpen met 20.000 inwoners), maar de groote massa vond een nieuw vaderland aan den benedenloop van de Wolga, rondom Saratow. Voor den oorlog waren er ongeveer 200 dorpen en eenige honderden nederzettingen aan beide zijden van de Wolga met een bevolking van ongeveer 700.000 Duitschers (waaronder pl.m. 150.000 katholieken.). Slechts een eeuw stonden ze onder een Duitsch bestuur, toen werden ze met de Rusissche boeren gelijkgesteld en sedertdien heeft men geen waren bloei van het boerenbedrijf meer gehad. Het grondbezit werd steeds kleiner, de snel groeiende bevolking zag geen uitweg in de intensiveering van het landbouwbedrijf en zocht haar heil eenerzijds in de industrialisatie, — er ontstonden weverijen, machinefabrieken, graanmolens —, anderzijds in landverhuizing. De Duitsche kolonies van Noord- en Zuid-Amerika gaan voor het grootste deel terug op Wolgakolonisten, maar ook in Siberië ontstond, dikwijls onder de grootste moeilijkheden, een nieuw complex nederzettingen rondom Omsk, Pawlodar en Akmolinsk. Wanneer men de uit de Oekraine stammende nederzettingen om Slawgorod er nog bij neemt, dan krijgen we bij elkaar ongeveer 150.000 Duitschers. De Stolypinsche landbouwhervorming van 1907, die den enkeling zijn aandeel in den grond als particulier eigendom gaf, bevorderde slechts nog verdere landverhuizing, omdat vaak genoeg de stukken te klein waren om een huisgezin te onderhouden.

De Wolgakolonies waren met hun rond 30 reuzenparochies (vele met 30.000 zielen!), twee proosdij-districten, met een jaarlijksche predikantensynode, een eigenaardig, kerkelijk afgesloten geheel met een opgewekt kerkelijk leven, dat een zeer sterke gemeenschapszin ter zijde stond (de z.g. bidbroeders.).

De eigenaardigheid der Wolgakolonies eischte een bijzonderen vorm van politiek-cultureele inrichting. De Kerenskyregeering beloofde zelfbeschikkingsrecht aan iedere natie. De kolonistencongressen van het jaar 1917 in Saratow streefden naar autonomie van bestuur en school en waren bereid, aanzienlijke middelen tot dat doel door een grondbelasting bijeen te brengen. Men zocht aansluiting bij de overige Duitsche kolonisten van

Sluiten