Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rusland op de congressen van alle Duitschers in Rusland, te Moskou, die geleid werden door Prof. Lindemann, een, voor de kolonisten, zeer verdienstelijk geleerde. Men beraadslaagde in 1918 nogmaals over deze dingen, en wel in Warenburg, een groote kolonie aan den, met weiden bedekten, oever van de Wolga. Lenin's antwoord op deze pogingen was de oprichting van een commissie voor de aangelegenheden der Duitsche kolonisten, die op den 28en Juli 1918 onder leiding gesteld werd van de „beproefde communisten" Petin en Reuter (een Duitscher). De „Arbeidscommune van het gebied der Wolga-Duitschers" werd in Januari 1924 omgezet in een „Autonome socialistische Sowjetrepubliek der WolgaDuitschers". Aan het hoofd van deze republiek staat sedertdien een vroegere Wolga-Duitsche dorpsschoolmeester P. Schwab en een Oostenrijker Kurz. In de laatste jaren is de Wolgarepubliek weer een onderdeel geworden van een grootere bedrijfseenheid, daar ze geen zelfstandige republiek van de Unie was, zooals b.v. de Oekraine, maar slechts een federatie.

Een tweede groote groep vormen de Zwabische nederzettingen in de Oekraine, bij een tweede groote volksverhuizingsgolf in de jaren 1782-1859 gesticht, meer dan 200 in getal met 125.000 inwoners (voor den oorlog waren het er reeds 600.000), met een landbezit van 615.000 Hectare. De verdeeling van den grond bi) grootere eenheden, waarvan de verdeeling bezwaarlijk was, de taaiheid van den Zwabischen stam, de grootere maatschappelijke zelfstandigheid, veroorzaakten zoon groote bloei van deze kolonisten, dat ze zich in den kortst mogelijken tijd uit het Zuiden van de Oekraine steeds meer naar het Noorden tot aan Charkow toe uitbreidden, daarna oversprongen naar Ufa, Orenburg en tenslotte naar Siberië, waar ze overal hun flinkheid en de beproefde methode der landbouwinrichtingen meebrachten. Het grondbezit der Duitsche kolonisten was tot het jaar 1910 met ongeveer 3.600.000 hectare uit eigen koopkracht vergroot.

Op kerkelijk gebied hebben deze wijd en zijd verspreide kolonies geen nauw-samenbindende eenheid kunnen vormen. Ze onderscheidden zich ook daarin van het Wolgagebied, dat de veel kleinere dorpen met nauwelijks eenige honderden inwoners geen eigen kerken hadden: om één kerk schaarden zich vaak 10 of meer dorpen.

Ook hier verhieven zich na de revolutie stemmen om het zelfbeschikkingsrecht te verkrijgen. Het kolonistencongres in Odessa, Mei. 1918, nam krachtig de cultureele taak ter hand, nationaliseerde de scholen en trachtte de economische zelfstandigheid te vestigen door vaststelling van den graanverkoop. De in de Oekraine woedende strijd tusschen „witten" en „rooden" maakte een eind aan alles en liet slechts de persoonlijke zorg voor het leven over.

Sluiten