Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elementen die in de eerste jaren der „N.E.p." heeft plaats gevonden.

4. Het sectarisme geeft den Nep-man en den Kulak een machtig wapen tegen de Sowjetmacht en den sociahstischen opbouw in handen. Deze verfijnde, demagogische religieuze leer is de beste Vorm van beïnvloeding voor de kapitalistische elementen van ons land. op de onstandvastige psyche van de klein-burgerlijke klassen en groepen, die immers niet in staat zijn, weerstand te bieden.

5. De sectenorganisaties, in het openbaar vertegenwoordigd door hun predikers en activisten, zijn een politieke agentuur en een politiek apparaat niet alleen van den Kulak en den Nep-man, maar ook een directe politieke agentuur en een militaire spionnage* organisatie der internationale bourgeoisie (onze gespatieerde druk

r.e.v.p.). ; s .

6. Voor hun contrarevolutionaire propaganda en werkzaamheid benutten de sectaristen-activisten allerlei moeilijkheden en zwakke plaatsen in onze cultureel-politieke massa-verÜchtingsarbeid en verschillende nietige ongelukjes, zooals misoogst, overstroomingen, aardbevingen enz. op de meest geschikte wijze en bewerken zoo op grond van deze dingen onder de ouderwetsche bevolking een religieuze massapsychose en geven daaraan openlijk een contrarevolutionair stempel.

7. Om de arbeiders volkomen te benevelen trachten de sectaristische verkondigers en predikers van het Woord Gods, in hun handig-gevoerden strijd, met behulp van allerlei religieuze vooroordeelen onder de ouderwetsche menschen, het sectarisme voor socialisme en communisme uit te geven.

8. De strijd tegen het sectarisme moet evenals de heele antireligieuze strijd op breeder terrein en in onmiddelhjk contact met de heele practijk van den sodalistischen opbouw (collectief-bedrijf; Sowjet-bedrijven; de strijd om de heffing van de opbrengsten van den oogst, d.w.z. in overeenstemming met het vijfjaren-plan) gevoerd worden en mag zich in geen geval binnen de grenzen van onderzoekingstroepen en groepen beperken. („Neuland", Nr. 1—2, 1930. Blz. 57; naar r.E.v.p.).

Dat het werkelijk de vrije gemeenschappen en secten niets beter gaat dan de kerkeny^doen de volgende brieven zien:

„We moeten dikwijls onder de moeilijkste omstandigheden werken. Nood. honger, spotternij en wat al niet meer zijn de metgezellen van den trouwen arbeider des Heer en."

„Aangaande het werk Gods kan ik U mededeelen, dat onze vergaderingen slechts in speciale vergaderingsgelegenheden mogen plaats hebben."

„Broeder N. werd gearresteerd. Hij zat ettelijke maanden in de

Sluiten