Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al vroeg ontstond er naast deze „gematigde" richting een uiterst radikale. Zijn aansluitingspunt vindend in de leer van Marx, dat niet zoozeer onverstand de oorzaak van den godsdienst is, maar enkel en alleen het kapitalisme in al zijn ontaardingen, hernieuwt vooral Lenin op Russisch terrein den absoluten eisch van vernietiging van iederen godsdienst in eiken vorm. Daarbij doet hij zelfs geen poging — zooals Loenatsjarsky — om zijn afwijzende houding langs den weg van kritiek op ons weten te motiveeren, maar hij vestigt zijn ontkenning uitsluitend op de eischen van de partij. De verklaring, dat godsdienst een particuliere aangelegenheid zou zijn, is — volgens Engels — voor hem slechts een regeling van de verhouding van den godsdienst tot den staat, maar nooit ook tot de partij. Als partij moet het Marxisme consequent afzien van alle neutraliteit ten aanzien van den godsdienst, ja, het moet zelfs „onafwijsbaar de propaganda van het atheïsme in zijn overige propaganda opnemen".

Toen nu door de October-revolutie in het jaar 1917 de partij van Lenin de macht in handen kreeg, werd deze leer van hem, officiéél in haar regeeringsprogram opgenomen. Daar luidt zij aldus: „Met betrekking tot den godsdienst stelt de Russische communistische partij zich niet tevreden met de reeds gedecreteerde scheiding van kerk en staat, benevens die van school en kerk, d.w.z. met die maatregelen welke de burgerlijke democratie op haar programma's heeft staan, maar die ze nergens in de heele wereld volledig heeft toegepast, dank zij de veelvuldige feitelijke betrekkingen tusschen kapitaal en godsdienstige propaganda. Veeleer is de communistische partij in Rusland er van overtuigd, dat een bewuste verwezenlijking, volgens een vast plan, van alle gezamenlijke en maatschappelijke deelneming aan het werk door de massa's, ook het wegsterven van alle godsdienstige vooroordeelen ten gevolge zal hebben. Daarom streeft de partij er naar, alle betrekkingen tusschen de uitbuitende klassen aan den eenen kant, en de voorlichtende propaganda van het anti-theïsme aan den anderen kant te verbreken."

Naast deze theoretische, uit de marxistische leer volgende bepaling ging de houding van het tegenwoordig sowjetregime tegenover den godsdienst ook nog met zeer gewichtige tactische overwegingen gepaard. Na de geweldige revolutie, die het Bolschewisme den 7en November 1917 opeens aan het roer van het oude czaristische Rusland bracht, moesten namelijk de sowjets in jarenlangen, bloedigen strijd aan talrijke fronten in Europa en Azië een heele reeks buitenlandsche en binnenlandsche vijanden overwinnen, allermeest zich echter tegen de talrijke, aan de grenzen staande „witte" en interventielegers richten, eer het er aan kon denken, ook de zoogenaamde tegenrevolutie in het land zelf absoluut uit den weg te mimen. Door den vrede van Riga, die in het jaar 1920 met Polen

Sluiten