Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesprekken, October 1927, bldz. 540) van den nog niet gevangen genomen oudsten in rang, den „plaatsvervanger van den patriarchaatsbestuurder", den metropoliet Sergius van Nowgorod. „Wij berichten u, dat in Mei van dit jaar, op mijn verzoek en onder goedkeuring der overheid, bij den plaatsvervanger van den patriarchaatsbestuurder een voorloopige patriarchale synode gesticht is. Thans bezit onze orthodoxe kerk in de (Sowjet)-unie een volkomen wettig bestuur, niet alleen volgens canoniek recht, maar ook volgens de burgerlijke wet, en wij hopen, dat de legaliseering zich ook langzamerhand tot onze lagere kerkelijke besturen zal uitstrekken-

Wij willen orthodoxen zijn en tegelijkertijd de sowjetunie

als ons burgerlijk vaderland erkennen, welks vreugde, succes of

mislukking ook de onze zijn wij hebben de geestelijkheid

in het buitenland uitgenoodigd, schriftelijk haar volkomen loyaliteit tegenover de sowjetregeering te verklaren voor heel haar publieke werkzaamheid. Wie zulk een verklaring niet afgeeft of in strijd daarmee handelt, zal uit de clerus, die onder den patriarch van

Moskou staat, worden uitgesloten "

Met deze formeele verklaring was het laatste kerkelijke bolwerk, dat tegen de regeering nog stand gehouden had, gevallen, alle overige kleine kerken en secten hadden reeds vroeger hun loyaliteit verklaard; een kerk of groot godsdienstig genootschap, dat de atheïstische regeering op het gebied der sowjet-unie niet erkend heeft, bestaat thans niet meer, en zelfs enkele buitenlandsche emigrantendiocesen hebben de verzoening tusschen bolschewisme en kerk goedgekeurd. Daarmee kon echter de staat ook beginnen het volgend ideaal te verwezenlijken n.1. de vernietiging.

III. De vernietiging en ontbinding.

1. Gedurende de groote staats- en landbouwhervormingen, die de sowjetregeering sedert eind 1928 in zijn rijk invoert (collectiveeren, vijfjarenplan, industrialiseering) en die een nieuwen vloed van wetten, controlemaatregelen, alsmede diepingrijpende veranderingen in het persoonlijk leven van den particulieren burger meebrachten (het verplaatsen van fabrieken en de daaraan verbonden arbeiders van de eene landstreek naar de andere; bewaking der landelijke belastingbetaling of collectiveering door nieuw toegevoegde steden) — bleef ook de godsdienst in al zijn vormen niet buiten de nieuwe politiek. Het doel, dat aan dezen laatsten hier gesteld werd, was het zoogenaamde „offensief aan het religieuze front" een reeks van maatregelen, die of gelijktijdig en elkander aanvullend, of na elkaar en met zorgvuldige arbeidsverdeeling het „offensief" tot de vernietiging moesten voortzetten. Zoover men tot nu toe kan overzien, blijven in het brandpunt der nu volgende maanden de oude methoden onveranderd voortbestaan. Macht, wet

Sluiten