Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oogen van het heele gezicht, maar ook de afgod van gespierde, zich verlangend uitstrekkende handen; daarnaar grijpt links de dikke beursjager en rechts de Joodsche makelaar; de dollar is het zegel, dat den goddelijken Moloch den mond sluit, aan den anderen kant ook het middenstuk der voorzienigheid, die boven den godheidscylinder triumfeert: voor haar goudswaarde koopt de begeerige kapitalist (links beneden) al de genietingen, die zijn witgedekte zwelgerstafel bedekken, — zelfs de zegenende hand van den priester, die zich van den achtergrond over hem uitspreidt. Ook deze zegenende hand is een symbool op zichzelf: vanuit het goddelijk aureool rekt deze de ascetische vingers, twee naar boven gebogen, zinnebeelden voor de beide naturen in Christus — drie in één vereenigd, zoo zegent ook de christelijke drie-eenheid de exploitatie van de massa. En opdat er toch geen twijfel over de beteekenis van het geheel zou bestaan; vlamt uit den cylinderhoed van den Janus-Moloch het opschrift: „Onze God — het kapitaal — de beurs."

- In gelijk meesterlijke symboliek toont het plakaat ook de parallellen der godsdienstgeschiedenis (afb. 3, links boven). Het is waar,

de vier groote vroegere godheden der wereld: Zeus — Agni

Perun en Mitra zijn dood én rusten in steenen kisten. Maar nog leven de tegenwoordige idolen van een Boedha, Allah, Jahwe-Jehova en de Christengod. Evenals de beide eersten elkander in hevigen woordenstrijd bestrijden — zoo probeert ook de christelijke GodVader tegenover den opgewonden gesticuleerenden Jahwe zijn positie te handhaven. Het is geen toeval daarbij, dat het bijziende mannetje, dat den Christengod moet voorstellen, op het grafmonument van Perun leunt. Want deze Perun, de oud-Slavische dondergod, wordt bij geen der andere Slavische volkeren zoo intens vereerd als — mischien onder invloed van het Thorgeloof det Noormannen? — bij de oude Russen. Uit dezen oud-Slavischen eerbied voor den heidenschen oergod put de Rus — volgens het idee van den teekenaar — nog vandaag zijn religieuze kracht, daarop teert ook nog het hedendaagsche christendom; maar zooals zelfs een Perun, de eigenlijke Slaiasche natuurgod die het volk veel nader stond, voor den gang der geschiedenis moest wijken, zoo zal ook het bestaan van den christengod, een God onder velen, nilJ. ^anfl mecr duren' wanneer de oeconomische omstandigheden zulks vereischen. Reeds wijzen de verlegen gebaren van den oude, zijn verschrompelde gestalte en zijn vergroeide voeten aan, dat ook het tijdstip van zijn verdwijnen van het tooneel der menschheidsgeschiedenis niet ver meer is; „want" (afb. 3. tekst links beneden, stelling 1) „elke religie is slechts menschenwerk. Goden worden door menschen gemaakt, de eene god lost den anderen af, allen bestaan slechts zoolang als ze voor de heerschende klassen nood-

Sluiten