Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor dogmatische kwesties in den engeren zin heeft de bolschewistische caricaturist uit den aard der zaak geen groote voorliefde, veel meer interesseeren hem de algemeene beginselen der ikonographie; in ieder geval is het opmerkelijk, hoe een kind van de Oostersch-Grieksche cultuur, waarin eens deze problemen met zeldzamen ernst en scherpzinnigheid werden doordacht, deze thans kan uitbeelden. Een parallelstuk bij het vroeger beschreven plakaat „God-kapitaal" vertoont onder hetzelfde opschrift (afb. 5) de bolschewistische opvatting van de kerkelijke z.g. „leer van de twee naturen van Christus." Met sterken nadruk van het lineaire, in lijnen waarvan de strakheid en regelmatigheid aan overbrenging of geleiddraden van een krachtwerktuig doen denken, wordt Christus hier ge teekend, met de rechterhand den priesterzegen gevend, terwijl hij met de linker een boek, blijkbaar de Heilige Schrift, vasthoudt. Zijn gezicht is het typisch pathetische van de meeste orientaalsche ikonen, baard, wenkbrauwen en neus zijn door bijna geometrische mechaniseernig scherp aangeduid. Maar tusschen het uitdrukkinglooze, verheerlijkte, schijnbaar hemelsche gezicht van den Heiland ziet men het masker van het aardsche: de gloeiend roode oogen van het begeerig kapitaal, dat — in eigen ketenen verstrikt — met denzelfden keten ook den hemelschen Christus omvat, hem met merkwaardige ijzeren, bankschroefachtige vingers vasthoudt en lachend van achter hem grijnst. „Eén, maar tweevoudig van natuur! Het aardsche gelaat is het kapitaal, het hemelsche- de christelijke moraal". Of de teekenaar zich wel bewust was, hoe zeer de totaalindruk van zijn product dat type van den Russische-byzantijnschen ikoon navolgt en tot caricatuur maakt, dat in de Oost-Slavische kunstgeschiedenis als „beelden van de zweetdoek van Christus" bekend is?

Ook de leer van de Drieëenheid is onderwerp van caricatuur, alleen vervlakt deze geheel in een platte voorstelling der verschillende kerkelijke hiërarchieën, die na de ineenstorting der oude Russische staatskerk nieuw of weer gevormd zijn, en elkander, zooals reeds aangetoond is, om velerlei redenen bestrijden. Overeenkomstig daarmee ziet men hier drie popen, een van de oude orthodoxie, de Tychon-richting, een anderen uit de nieuwgevormde, de sowjet welgezinde „levende" kerk en een derde uit de groep der Raskolniki, allen in vol ornaat zooals ze blijkbaar ieder voor zich nieuwe geloovigen willen werven, — boven allen het spottend opschrift: „eenige Drieëenheid".

Alleen van technisch-vormelijk belang is na al het genoemde een laatste dogmatische caricatuur — de voorstelling der christelijke eschatologie in verhouding, tot het Marxistisch geloof-in-het-tegenwoordige (afb. 6). De plaat vertoont in typisch machinale lijnen

Sluiten