Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinden, voor de Russische agrarische kwestie en het Russische bevolkingsprobleem in het algemeen. De poging schijnt niet op den rechten weg te zijn, daar deze de verhouding van menschen tot grond noch quantitatief noch kwalitatief (intensiviteit, melioratie) maar alleen naar organisatie verandert. Zoolang men. niet uitgevonden heeft om wolkenkrabbercollectieven te bouwen, die den grond in verscheidene verdiepingen boven elkaar bebouwen, zal men onder dezelfde of zelfs, zooals tot nu toe, slechtere productievoorwaarden altijd slechts dezelfde menschenmassa onder dezelfde ellendige voorwaarde kunnen verder- sleepen. De kwestie is niet: collectief of particulier bedrijf, maar, landbouwkundig gezien, extensief-primitief of intensief-rationeel bedrijf.

Het intensiveer en van het landbouwbedrijf is echter aan zekere voorwaarden gebonden, die tegenwoordig juist in het tegendeel verkeerd zijn. Daartoe behooren in de eerste plaats loonende prijzen voor de producten, die de verhoogde kosten der intensieve productie kunnen dekken. Hoe zal de staat de prijsschaar, het belangrijkste middel van zijn industriepolitiek, recht doen snijden, wanneer hij zelf landbouw-producènt is en zichzelf dus met de schaar in de vingers zou snijden? Hoe zal hij verder de lage prijzen der producten op peil houden, wanneer hij overgaat tot loonarbeid op de staatsstaatsbezittingen en aan de vroegere boeren niet meer 6—7 roebel per maand, maar toch minstens het inkomen der industrie-arbeiders, dus tienmaal zooveel betalen moet? Uit de noodzakelijkheden van

het bedrijf is er altijd maar één uitweg " die tot de politiek van

het geweld. Deze eindigt echter op het oogenblik, wanneer het voorwerp van het geweld verdwijnt, volgens de beroemde stelling: waar niets is, heeft ook Stalin zijn recht verloren.

De ziel van het collectief is de organisatie van den arbeid. Naar den maatstaf van een „normaal-arbeidseenheid" wordt elk quantum arbeid van man, vrouw, kind of dier in zulke eenheden verrekend, b.v. een os per dag = 10x3 eenheden = 30 arbeidseenheden. Tegenover de normaaleenheid staat een zekere hoeveelheid verbruiksartikelen, b.v. 10 eenheden = 2 pond brood of Vz pond grutten of 1/100 hemd. 1/200 laars enz. Tegen overlegging van de arbeidsbon, waarop het getal der verrichte normaaleenheden bij elkaar geteld is, wordt de tegenwaarde aan verbruiksartikelen afgegeven. Deze methode (die dus iedere geldberekening afschaft) is zoowel buitengewoon gecompliceerd (kwaliteit van het werk, verschil van weer, gecombineerde arbeid van mensch, dier en machine, enz. enz.) als geheel willekeurig. Men kan niet vaststellen hoeveel „arbeid" in een half brood of een broekspijp gematerialiseerd is. De rekening komt nooit uit. Ongerechtigheid, omkooperij, eeuwige twist en ruzie, arbeidsschuwheid, onmogelijkheid vooruit te komen, volkomen

Sluiten