Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle godsdienstige, zedelijke en nationale „dwaalbegrippen". Hij moet voor goed alle persoonlijks of wat hem van anderen onderscheidt, afgeschud hebben; ook alles wat maar eenigszins lijkt op ongelijkheid of geestelijke aristocratie.

De communist van de toekomst wordt door de communisten voorgesteld als den „gemiddelden mensch" zonder vooroordeelen, door niets te remmen, niet onderscheiden van anderen, (ongeveer als de oermensch). weinig arbeidende en veel genietende; als een, die volslagen afstand gedaan zal hebben van godsdienst, eigen gezin, privaat bezit of eigen initiatief en juist daardoor een gehoorzaam werktuig zal worden in dienst van de wereldrevolutie en het communistische wereldplan.

Op rationalistische en energieke wijze zal hij dan zijn eigen geestesgesteldheid en de daarmede overeenstemmende bestaanswijze aan de geheele wereld kunnen opleggen en doen begrijpen.

Daarom schijnt de verwoesting van het gezinsleven niet alleen doel te zijn, doch ook een middel, om tot het doel te geraken: de kampioen voor het geluk van den staat zonder gezin moet zelf reeds een nieuw mensch zijn en de nieuwe mentaliteit — nJ.: tégen God. gezin en privaatbezit — in zich omdragen.

De communisten zijn er diep van overtuigd, dat met de door hen verwekte revolutie in Rusland „een nieuw tijdperk der wereldgeschiedenis" is aangevangen, „een nieuw hoofdstuk"; *) en dat het nu zaak is de traditioneele geestelijke instellingen en eeuwenoude gewoonten uit te roeien en een nieuw jong geslacht op te kweeken. Objectief beschouwd moet worden geconstateerd, dat de communisten om tot hun doel te geraken de kunst verstaan een strijd op leven en dood te voeren, maar dan met alle denkbare en ongehoorde middelen, van welker aard en werking het overig deel der menschheid geen vermoeden zelfs maar heeft.

Aan ieder gezinsleven ligt het huwelijk ten grondslag. Waar geen wezenlijk, geestelijk zoowel als organisch-gezond huwelijk bestaat, zal het menschelijk samenleven ook nooit een normaal gezin kunnen heeten.

Daarom zal het noodig zqn, dat onze analytische beschouwing aanvangt met het stellen van het probleem van het huwelijk.

Onder een voortdurend, plechtig beroep op Marx, Engels, Kautsky. Bebel en andere Westersche socialisten, echter ook op Darwin en andere positivistische natuuronderzoekers, stellen de communisten het volgende als onomstootelijke waarheid vast:

2) Lenin's Werken. Band XVIII Deel I pag. 367 (Ross.)

Sluiten