Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ie. dat er toch eigenlijk alleen stof bestaat en dat dientengevolge de mensch een zuiver stoffelijk wezen is;

2e. dat de mensch een dier, weliswaar een meer „verheven** dier is en „dat de menschapen als onmiddellijke voorvaders" beschouwd moeten worden. 3)

Dit is voor de communisten een oerwaarheid en tevens levenswijsheid, die in overeenstemming daarmede zoo ernstig wordt opgevat, dat groote sommen worden besteed voor expedities, die menschapen vangen en voor het nemen van allerlei proeven met kruisingen in dierentehuizen.

De communisten zien geen verschil tusschen een wetenschappelijke hypothese en de werkelijkheid, tusschen theoretische waarheid en practische levenswijsheid, tusschen het ideaal en de dagelijksche practijk van het leven — en met eenzelfde consequente juistheid wordt dan ook de geheele inrichting en opbouw van het leven theoretisch opgesteld en practisch doorgevoerd.

Volgens de communistische maatschappijleer bestaat het geheele verschil tusschen mensch en dier (en hier worden Marx, Franklin en anderen geciteerd) in het vermogen van arbeidswerktuigen te kunnen vervaardigen, zoodat eigenlijk de mensch niets anders is dan een dier, dat de kunst verstaat werktuigen te vervaardigen om arbeid te verrichten.

Dientengevolge wordt het geheele leven der menschen beheerscht door de biologische wet van „den strijd om het bestaan" en het geheele gezinsleven, naar vorm en ontwikkeling, zoowel als de gansche menschelijke cultuur is enkel en alleen onderworpen aan den invloed van economische factoren.

Hier wordt alles beheerscht en bepaald door „de economie en nogmaals de economie"; „noch godsdienst, noch zedelijkheid, noch zedeleer spelen hier een rol." 4)

Vanzelfsprekend leefden dan ook de menschen oorspronkelijk „als apen", „paarsgewijs", „in volledige vrijheid van sexueele verhouding", terwijl zij zich „slechts gedurende de periode van de teelt der kinderen met elkaar vereenigéen" en „bij iedere man ook een vrouw behoorde" — dat was de eerste „communistische bestaansvorm van het gezin." 5) De geheele daaropvolgende ontwikkeling van het huwelijk en het gezin wordt daardoor gekenmerkt, dat onder de menschen het privaatbezit is ontstaan en dat in den nauwsten samenhang met de ontwikkeling van het privaatbezit zich

3) Vgl. bijv. Zinowjcfs vrouw: Lilina, Von der Kommunistischen Familie znr Kommunistischen Gesellschafft. Leningrad 1924 pag. 10, 14 enz.

4) Lilina, idem, pag. 50.

5) Lilina, pag. 46.

Sluiten