Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mischen ommekeer der „productieverhoudingen" of dat deze laatste eigenlijk een noodzakelijke voorwaarde voor de eerste is.

Slechts op het economische communisme gegrond kan en moet de definitieve opheffing van „het mijn en het dijn" worden doorgevoerd.

Met de opheffing van privaatbezit en -productie moet worden aangevangen, dan kan men geraken tot afschaffing van privaatwoning, huwelijk, gezin en opvoeding der kinderen. Evenwel moet reeds thans met de socialiseering van huis, huwelijk, gezin en opvoeding worden begonnen, al wat overgeleverd is, moet namelijk worden weggewerkt en het beeld, het ideaal der naderende en reeds begonnen toekomst, moet men laten zien; dit concrete kan uitstekend dienst doen als propagandamiddel.

Alles onmiddellijk te verwerkelijken is niet mogelijk, de overgeleverde „burgerlijke dwaalbegrippen" zijn nog te sterk, de economische socialiseering is nog niet geheel doorgevoerd; de boeren (meer dan 81 procent der geheele bevolking van Sowjet-Rusland vormende) zijn nog steeds hartstochtelijk verknocht aan hun privaatbezit en het eigen beheer, en zijn eerst thans (1929-'30) streng en geducht aangepakt; eerst thans worden hunne landerijen en gedeeltelijk ook hunne huizen en schuren met alle toebehooren voor goed onteigend, om den geheelen landbouw in den loop van 2 of 3 jaren in een collectief-beheer om te zetten.

Daarom werd tot op heden in Sowjet-Rusland aan de instellingen „huwelijk en gezin" slechts zachtjes-aan getornd, echter met alle mogelijke middelen en op alle manieren: door propaganda, wetgeving, organisatie van de roode pionier-vereenigingen en door in de stad de vrije communen te bevorderen. Bizondere waarde hechten de communisten aan de antigodsdienstige en antikerkelijke propaganda.

Goed beschouwd staat het communisme vijandig tegenover het burgerlijk huwelijk, het individueele gezin en de gezinsopvoeding der kinderen.

Het gaat er nog slechts om te overwegen of het de geschikte tijd is, om tot definitieve afschaffing van huwelijk en gezin over te gaan. Een invloedrijk communistisch ideoloog, de eerder geciteerde Goichbarg, beroept zich te dezen opzichte voor alles op de Duitsche sociaal-democraten Bebel en Kautsky. Aan Kautsky's boek „Vermehrung und Entwicklung in Natur und Gesellschaft" 10) ontleent hij het grondprincipe voor de oplossing van het geheele vraagstuk. Kautsky zet n.1. uitvoerig uiteen, dat, zoolang de goederenproductie nog bestaat, zoowel de wettelijke band van den man aan zijn gezin

10) ioio, pag. 355-

Sluiten