Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet zeer beslist uit het wezen van het huwelijks- en gezinsleven worden uitgebannen. En zoo wordt de „vrijheid" geboren, als werktuig van verzwakking en vernietiging.

Na al het bovenstaande is de geest en bedoeling der wezenlijk geldende Sowjet-wetgeving op het gebied van huwelijk en gezin gemakkelijk te begrijpen en verstaat men dat deze wetten vooral kort en duidelijk zijn gesteld, als het ware uit één stuk bestaan, i Er zijn bovendien vele oorspronkelijke toelichtingen, die trachten de puntjes op de is te zetten. De geschiedenis dezer wetgeving begint met het decreet van 18 Dec. 1917; dit decreet ontnam het kerkelijk gesloten huwelijk (vanaf 20 Dec. 1917) iedere rechtsgeldigheid.

Van tijd tot tijd verschenen verder aanvullingswetten — soms wetten, dan weer verordeningen — die ten slotte het materiaal voor een passenden „Codex" leverden en uniform werden bewerkt.

Sedert 1925 werd met de bewerking van een nieuwen Codex begonnen.

Gedurende bijna 2 jaren werden in het geheele land openbare „discussies" over den mogelijken en gewenschten inhoud der betreffende wetten gehouden, waar evenwel slechts communisten en hunne getrouwe bijloopers aan het woord kwamen; het overige publiek echter werd van pers- en woordvrijheid beroofd, voor dit experiment als een willoos ding behandeld en volhardde óf in een «"iep stilzwijgen óf koos zijn woordvoerders in enkele onbeschaafde en naieve communisten, van het platteland afkomstig.

Van deze „discussies" staan ons stenografische verslagen en talrijke rapporten ten dienste. De nieuwe wet bracht niet veel nieuws en werd den len Januari 1927 ingevoerd. Oogenschijnlijk treedt de Sowjetregeering sedert ultimo 1929 op dit terrein met nieuwe, zeer radicale plannen op.

Het hoofdprincipe van de geldende wet is, zooals opgemerkt, het huwelijk en het gezin op losse schroeven te zetten, de opheffing ervan te bewerkstelligen, te bevorderen en te bespoedigen.

Dientengevolge wordt met de seculariseering van het huwelijk begonnen. Men moet weten, dat in de Oost-Christelijke Kerk (de Grieksch-Orthodoxe), die in 't geheel (de afgescheiden „oudgeloovigen" inbegrepen) 70 procent van de bevolking omvatte, het huwelijk als een sacrament wordt opgevat; een buitenechtelijke betrekking wordt daarentegen als zonde, als val gevoeld en aangezien. Slechts een kerkelijk gesloten huwelijk (volgens iedere willekeurige confessie) werd als rechtsgeldig en als zedelijk erkend.

Daarmede wordt niet beweerd, dat de zonde niet voorkwam; maar ze gold toch als ongeoorloofd en ontoelaatbaar; tot in de

Sluiten