Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiden." 33) De biologische daad gaat'volgens de wet boven alles: ze verbreekt en vernietigt niet alleen feitelijk, biologisch de eenheid en saamhoorigheid van het gezin, doch ook rechtens. Zonder meer wordt van de moeder geèischt, dat zij het biologisch feit öf nog gedurende de zwangerschap óf ook na de geboorte bij het desbetreffend bestuur („Sags") aangeeft en den naam van den vader (benevens diens adres) opgeeft (§ 28). Hier worden geen verdichtselen geduld; een echtbreuk mag niet verzwegen worden; het bloote feit van een buitenechtelijke bijslaap moet open en eerlijk, zonder pardon worden aangemeld en zonder vooringenomenheid worden ingeschreven. „Wij kunnen ons de weelde veroorloven ons in de gezinsverhoudingen vrij te weten van iedere onwaarheid,

leugen of huichelarij " 34) Aldus de toelichting welke Goichbarg

op deze artikelen der wet geeft.

Indien de moeder iemand als haar werkelijken echtgenoot heeft aangewezen, dan wordt dezen daarover vanwege het bestuur bericht gezonden. Indien in den loop van één maand geen tegenbericht inkomt, dan wordt hij als „vader" ingeschreven.

Daarmee heeft hij echter nog een jaar den tijd, vanaf den dag der berichtgeving gerekend, om deze wijziging en inschrijving voor de rechtbank te betwisten en te weerspreken (§ 29). De rechtbank is bevoegd over de kwestie naar goeddunken uitspraak te doen en den aangewezene te belasten met een gedeelte van de kosten, verbonden aan de zwangerschap en de zoogenaamde opvoeding (§ 31).

Wanneer de moeder van het kind evenwel in den tijd der bevruchting met meerderen of vele „feitelijke echtgenooten" den bijslaap heeft gehad, dan is de rechtbank vrij, wien der betrokkenen zij maar goeddunkt, als den werkelijken vader te erkennen en hem de gewone plichten en kosten op te leggen (§32). Voor het overige geldt hier de nieuwe wet van 1927 — tot zoolang golden andere bepalingen — volgens welke ieder der in aanmerking komende vaders zijn portie van de opvoedingskosten kreeg.

Wat het recht der kinderen aangaat, de echte en onechte kinderen worden volkomen gelijk gesteld (§ 25).

De kinderen hebben hun leven lang het recht, hun werkelijken vader en werkelijke moeder, op grond van bewijskrachtige feiten, rechtens te doen aanwijzen en de feitelijkheid hunner biologische afstamming te laten vaststellen (ook ter wille van verpleging en verzorging, welke tot de mondigheid van het kind moet worden betaald, §§ 27, -42, 50). Daaruit blijken de bedoelingen en oog-

33) Goichbarg, Opus II, pag. 21a.

34) Goichbarg, pag. 313.

Sluiten