Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de beslissing of hij, terwijl hij de werkelijkheid verandert, zelf daarin leiding wil geven of maar op onverantwoordelijke wijze in bespiegelende houding er lijdelijk tegenover wil staan, d.w.z. ze maar practisch ook in haar slechtheid wil behouden. Dit beslissend karakter der werkelijkheid bij Marx, d.w.z. haar eigenaardigheid, dat ze den mensch verantwoordelijk maakt en tot de daad verplicht, geeft aan het Marxisme dien geweldigen wasdom, die hervormende kracht, welke het zonder twijfel bezit en verleent het ook de zedelijke hartstochtelijke verhevenheid, waardoor het wordt gekenmerkt.

De positieve beteekenis van Marx' stelsel bestaat juist in zijn onbarmhartig realisme. Marx heeft heel juist en met scherpen blik de gansche ideologie der bourgeoisie doorschouwd, die er naar streeft, uit geschiedkundige, historisch ontwikkelde feiten van het economische leven en der maatschappelijke orde, natuurlijke, zoogenaamde eeuwige wetten te maken, ja, deze zelfs, door theologen of philosofen, die bewust of onbewust in haar dienst staan, als onomstootelijke goddelijke verordeningen laat voorstellen en aldus de exploitatie en 't bederf der arbeidersklasse tracht te rechtvaardigen.

Het tweede, nog gewichtiger feit, dat Marx vaststelde en duidelijk aantoonde, was de volkomen ontaarding van het proletariaat door het kapitalistisch stelsel, een verdierlijking, die tevens een ontbinding laat zien van de maatschappij zelf, die ze schiep en die daardoor juist het proletariaat tot revolutionnair subject der geschiedenis maakt.

Dat heeft Marx zelf aldus uitgesproken: „De positieve mogelijkheid der Duitsche emancipatie" bestaat juist „in de vorming van een klasse met radicale ketenen, een klasse der burgerlijke samenleving, die geen klasse der burgerlijke samenleving is, een stand, die de ontbinding van alle standen is, een sfeer, die een universeel karakter door haar universeel lijden bezit en niet aanspraak maakt op een bijzonder recht, omdat geen b ij zonder onrecht, maar het onrecht zonder meer aan haar begaan wordt. Een sfeer, die niet meer tot een historischen, maar slechts nog tot den menschel ij ken titel aanleiding kan geven, die in geen eenzijdige tegenstelling met de gevolgtrekkingen, maar in een alzijdige met de voorwaarden van het Duitsche staatswezen staat, een sfeer ten slotte, die zich niet vrijmaken kan, zonder zich van alle overige sferen der samenleving en daardoor ook alle overige sferen der samenleving te emancipeeren; die in éen woord het volkomen verlies van den mensch is, dus alleen door het volkomen terugwinnen van den mensch, zichzelf kan herkrijgen. Deze oplossing van de maatschappij als

Sluiten