Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij 't ook de veelvuldig verloochende geestelijke moeder, de eenig waarachtig voedende kracht is —, hebben we ons het volle gewicht en de groote beteekenis krachtig ingeprent van de vraag, die door het bolschewisme aan Europa en de christenheid wordt gesteld, een vraag, die voor haar een twijfelachtig zijn beduidt, dan zien we ons eenvoudig genoodzaakt ons zelf die vraag te doen: Hoe is het zoover kunnen komen? In hoeverre is juist de christenheid er mede schuldig aan. d a t de zaken dezen loop hebben genomen? Kortom, het bolschewisme blijkt te zijn een uitbreken van een kwaal in ons eigen lichaam en dwingt ons tot een zelfbezinning, die moet worden een zich-bezighouden met Christus en zijn Evangelie, waarvan we alleen redding der menschheid kunnen verwachten.

Allereerst zien wij nu de vraag onder de oogen naar de diepere geschiedkundige oorzaken van het ontstaan van het Russische communisme en verder van het marxistische materialisme in 't algemeen, niet binnen de ontwikkeling van het Russische volk18), maar van den West-Europeeschen mensch, die zelf weder de ontwikkeling van den Russischen staat en van de leidende kringen van 't Russische volk sedert Peter den Grooten in hoofdzaak mede heeft bepaald.19)

Gezien over de geheele geschiedkundige ontwikkeling, is het materialisme slechts een laatste consequentie van het zuivere humanisme, een wereldbeschouwing, die den mensch en zijn krachten (in tegenstelling met haar verbinding aan en grond in God, den Schepper) tot beslissenden factor der werkelijkheid heeft verheven. Deze zelfvergoding des menschen is op groote schaal aangevangen, toen de mensch in de Renaissance en de klassieke eeuw van 't humanisme en van de opkomende bourgeoisie (en niet b.v. in de Hervorming, die zich streng gebonden wist aan Gods Woord) begon, op zijn vermeende souvereine vrijheid te pochen, zijn sterke verknochtheid aan de zonde over 't hoofd te zien en zijn gebondenheid aan Gods genade trotsch te negeeren. Haar consequente ontwikkeling kreeg deze zelfvergoding des menschen en van den menschelijken geest in de eeuw van het rationalisme. Ze is trots de critische zelfbezinning van Kant in het idealisme na Kant niet op zij gezet, maar juist verdiept en krachtens de voortschrijdende geschiedkundige zelfkennis der menschen in den zin van het historische verder ontwikkeld. In het idealisme van Hegel heeft ze haar hoogtepunt en klassieke uit-

18) Dat zou een volgende gewichtige vraag zijn, welker beantwoording wij hier echter niet kunnen geven.

19) Verg. daarbij F, Lieb: Das westeuropaeische Geistesleben im Urteile russischer Religionsphilosophie; Mohr, Tuebingen 1929.

Sluiten