Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

subject, een wij te zijn. Daardoor lost deze zich op in een chaotische massa afzonderlijke atomen van alleenbezitters en dus tot subjecten van economisch handelen aan den een en kant en — niet-bezitters, d.w.z. slechts individuen, die tot lijdelijke uitbuitingsobjecten zijn geworden, aan den anderen kant.

De .waar, respectievelijk de met haar overeenkomende geldwaarde, krijgt, in dienst gesteld van het zuiver persoonlijk belang van den enkeling, tegenover de arbeidskracht, resp. de arlbeiders zelf, een eigen, ja eenig „gewicht" en wordt ten slotte tdt zelfdoel, tot een eigenlijk ding op zichzelf.

Onmeedoogend wordt dit feit geïllustreerd in tijden van economische crises, waarin de werkloosheid en de lichamelijke en geestelijke ellende, die daaruit voortspruit, geëvenredigd is aan den waren overvloed der productie. Het consequente antwoord op deze zelfvernedering en ontaarding van den proletariër, die tot zuiver object, tot zaak is geworden, is in overeenstemming ook met de volkomen verduistering van de gedachte, resp. van het geloof, dat hij oorspronkelijk is van Gods geslacht, de materialistische geschiedbeschouwing. Deze is heusch niet maar uit de speculatieve hersens van een enkeling, een Karl Marx afkomstig.

Hij heeft slechts geformuleerd, wat overeenkomstig de zaak onvermijdelijk, ja, noodzakelijk werd. Hier beantwoordt feitelijk de theorie, de ideologie van de economische werkelijkheid, aan het uitsluitend economisch zijn, dat tot laatste, bloote feit werd.

De materialistische opvatting van de geschiedenis is het geheel overeenkomstig ideologische tegenbeeld van de werkelijke herleiding van den proletariër tot zijn zuiver economisch bestaan. Het mechanisme van de proletarische opvatting der historie is de weerspiegeling van den concreten toestand van het proletariaat als een klasse, die tot exploitatie-object is geworden. Dit mechanisme en materialisme kan dienovereenkomstig waarachtig en radicaal alleen worden overwonnen door verandering van dit bestaan zelf, d.w.z. slechts door het uit den weg ruimen van den lichamelijken en psychischen nood van het proletariaat, resp. van de economische oorzaken ervan in 't kapitalistisch productie-systeem en de mammonistisch maatschappelijke zienswijze.

Hierin juist sluiten we, als christenen, ons geheel en al bij Marx aan, terwijl we met hem zeggen, dat het besef van de werkelijkheid van den nood en van de ellende der menschen, die onze broeders zijn, moet leiden tot den overgang van de theorie naar de practijk; maar wij trachten als christenen boven het zuiver klassenkarakter der theorie van Marx uit te komen, overeenkomstig het inzicht, dat zulk een practijk niet slechts een noodzakelijkheid voor het proletariaat is, maar een verbindend karakter voor de gansche

Sluiten