Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefde toont, — in daad omzet — d.w.z. zich ernstige moeite geeft, daarin Christus na te volgen? Christus was het Woord, d.w.z. Hij was het Daadwoord, het werkende, krachtige, het helpende woord, waardoor iets tot stand kwam. Hij is afgedaald in de menschelijke ellende, geboren in een kribbe; bij tollenaars en zondaars heeft hij gegeten, met de misdadigers heeft hij zich laten kruisigen. Kan de kerk het Evangelie, de Blijde Boodschap, verkondigen met een leeg hart en leege handen? Heeft Christus dat gedaan? Zieker; Christus heeft dooden opgewekt <— om te bewijzen, dat Hij de Opstanding voor alle menschen is. Dat kunnen wij niet! We willen ons niet inbeelden met Feodorow, dat wij hetzelfde kunnen doen. Maar Christus heeft tot de rijken en bezitters en de vrome farizeërs gezegd: „Gij zijt roovers en verteert her goed der armen, der weduwen en der weezen." Is dat niet een oproep voor de kerk, om zich over dezen te ontfermen. Maar waar zijn deze menschen? In de eerste plaats in het proletariaat. Dat zijn heden ten dage bovenal de zondaars en ongeloovigen en verstootelingen. Doch wat heeft de kerk voor hen gedaan? Ik denk hier vooral aan onze kerken op het vasteland.

Ze heeft niets gedaan of te weinig; ze heeft al de proletarische ellende laten komen; ze was óf aan den kant der bezitters en machtigen óf ze was stom; op enkele uitzonderingen na. Gevolg was de doodschheid van de kerk, de afval van het proletariaat.

Het woord der kerk was zelfs voor de noodlijdenden verstomd, een ijdel gepraat, ja, een uitdaging; het: „Vrede op aarde, in de menschen een welbehagen": een hoon! Het Christusbeeld werd verdonkerd, verwrongen tot onkenbaar wordens toe. Dit in gebreke blijven is feitelijk medeplichtig aan het ontstaan der materialistische beschouwing der historie en aan de hedendaagsche uitbreiding van het bolschewisme. Hoe zou de proletariër dan nog aan den geest, aan een andere betere wereld, aan het komende Godsrijk kunnen gelooven, als men daarvan niemendal in de werkelijkheid bespeurt, als men steeds dezelfde paria blijft?

Wat gezegd is van het verzuim der kerken ten opzichte van het sociale vraagstuk, geldt niet het minst ook van de Russische kerk, die tot een gewillig werktuig van het czarisme geworden was en, afgezien van verdienstelijke uitzonderingen juist in de Russische godsdienstige intelligentie20), voor den grooten nood van het gansche volk in stad en land 21) veel te weinig begrip

20) Hier zou aan mannen als Iwan Aksakow. Wl. Solowjow, S. Bulgakow en N. Berdjajew herinnerd kunnen worden, die niet hebben verzuimd hun waarschuwende stem te verheffen.

21) Ik verwijs hier b.v. naar de herinneringen van den werkman Schapowalow: „Auf dem We ge zum Marxismus, Berlin 1927 (Beoordeeling in „Oriënt und Okzident" Nr. 2).

Sluiten