Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gebod, dat overeenkomstig de schepping de verhouding van den naaste tot den naaste aangeeft, is dat der liefde. Dus: „Heb uw naaste lief als uzelf."

De geheele geschiedenis der menschheid en die van ons persoonlijk tevens, toont, dat we dit niet doen, ja, dat we dit niet doen kunnen, d.w.z. dat we den naaste niet als naaste waarlijk erkennen, liefhebben: dat we voortdurend, in onze zelfzucht verstrikt, het beroep van den naaste op ons negeeren en wel in alle levensomstandigheden en verhoudingen, in het gezin als vader of echtgenoot, als staatsburger enz. Deze machteloosheid is de andere naam voor onze zonde, de erfzonde. Deze onbekwaamheid om werkelijk te kunnen liefhebben, het hoogste goddelijke gebod, het gebod ten opzichte van het menschelijk schepsel te verwezenlijken, dat maakt de gansche geschiedenis der menschheid tot een treurspel. Ze wordt evenwel niet tot een tragedie met een hopeloos slot, omdat de Schepper ervan zelf ingrijpt én zichzelf aan het tragisch gebeuren ondenwerpt, d.w.z. sterft, opdat de menschen, die zich op het tooneel des levens bevinden, niet zelf hopeloos zullen wegsterven. Godzelf verwezenlijkt de liefde, die w ij menschen. moesten betrachten en Hij oefent ze uit, doordat Hij ons, die ten prooi vallen aan den dood. daar wij des doods schuldig zijn, vergeeft — d.w.z. hun vergeeft, die bereid zijn, in 't geloof, deze daad Gods aan hen en voor hen te aanvaarden, die als Zijn daad werkelijk te0erkennen en daarmee tevens afstand doen van alle bouwen en vertrouwen op de prestaties van onze eigen humaniteit, dié telkens weer te schande wordt gemaakt.

Aldus openbaart Christus ons in Zijn leven en in Zijn dood eigenlijk weer dat. wat vergeten was, n.1. wat een mensch is, een ware, een geheele, een volmaakte mensch, een Godsmensch, terwijl Hij heendringt, door den ganschen ontzettenden nood der zonden, die ons niet slechts van God scheidt, maar ook van onzen medemensch, van onze broeders, en ons aldus niet alleen weer met God verzoent, maar in Hem ook met den medemensch. Dat is het woord der vergiffenis, dat ons de tot nu toe geboeide tong losmaakt en onszelf bekwaam maakt tot vergeven, d.w.z. tot liefhebben.

Wederom heeft Dostojewsky de hier gestelde vraag naar den naaste, d e vraag naar den mensch en tegelijk ware menschelijke gemeenschap met een zeldzame kracht en diepte, heenwijzend naar Christus, trachten te beantwoorden 22), terwijl hij er den nadruk op legde, dat de eenige toegang tot den werkelijken con-

22) Verg. mijn uitvoerige uiteenzettingen over: „Das Problem des Menschen bei Dostojewsky (Proeve eener theologische uitlegging.)

Sluiten