Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

creten mensch slechts gevonden kan worden in het gaan op den weg, dien Christus tot den mensch is gegaan. Dat is de weg der vergiffenis, de eenige weg der ware liefde tot den werkelijken mensch, zooals hij is, en niet slechts tot den gedachten ideaalmensch en algemeen-mensch, tot den „na ons komende", om met Nietzsche of Iwan Karamasow te spreken, die zegt: „Om een mensch te kunnen beminnen, moet hij zich verborgen houden, want nauwelijks toont hij zijn gezicht — of de liefde is reeds verdwenen," 2S)

Op geen andere wijze dan deze twee beantwoordt in den grond der zaak het bolschewisme de vraag naar de verwerkelijking van den mensch en de menschelijke gemeenschap. Ook dat tracht het te bereiken onder vermijding van den concreten mensch, maar dat wil zeggen, door diens vernietiging.

Deze weg naar den afgrond is niet te vermijden, daar ze „denken alles zonder Christus rechtvaardig te kunnen opbouwen; maar het einde zal zijn, dat de wereld door bloed overstroomd wordt; want bloed schreeuwt om bloed en het zwaard wil alleen door het zwaard vergaan. En indien de belofte van Christus daar niet ware, dan zouden ze elkaar op aarde, tot op den laatsten mensch verdelgen." 24 )

De dialectiek der zelfvernietiging des menschen blijft onvermijdelijk, waar de mensch den toegang tot den naaste niet vindt. Hij vindt dien echter alleen in Christus, daar Christus alleen hem geopend heeft, omdat Hij juist den concreten mensch. zooals deze is, en niet enkel zooals hij zijn kon of moest, dus juist, zooals Dostojewsky zegt, in zijn zonden heeft liefgehad en ze hem ook vergeven heeft. De weg tot den mensch, de menschwording, is de weg der rechtvaardigen. Dezen weg is Christus niet slechts zelf gegaan, Hij heeft hem ook als eenige mogelijkheid om den toegang te vinden tot den eigen broeder en daarmee tot broederlijke gemeenschap, gewezen in de vergeving der schuld van den naaste aan ons, gelijk wij ze van Zijn kant noodig hebben voor onze schulden tegenover Hem; immers allen zijn aan allen en ieder schuldig (Dostojewsky). Door zulk een vergevende liefde, die alle staketsels van wederzijdsche vijandschap in en door Christus omverrukt, wordt eigenlijk pas de andere mensch waarlijk als naaste en als Gods schepsel en onze medemensch in zijn concreet tijdelijk bestaan en zijn beroep op ons met ernst behandeld. Alleen een ernstmaken met dit in Christus openbaar geworden besef opent ons den weg tot oplossing van de vraag naar den mensch en zijn

28) „Die Briider Karamasow". Uitg. Piper Deel I pag. 47. 24) Oostojewsky.Utto, Piper, Deel II 1, pag. 641.

Sluiten