Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer studie noodig dan de Commissie-Welter — of haar voorlichters — van het bronnenmateriaal heeft gemaakt.

Na de bestrijding van Dr. Gerrits en Dr. Coelingh had de arbeid van Vaes de Commissie-Welter dubbel voorzichtig moeten maken tegenover de conclusies van Dr. Révész.

Want — Dr. Coelingh en Vaes merken het beiden op — niet alle leerlingen verlaten vóór het einde van het vijfde of zesde jaar een bepaalde middelbare school, omdat ze er zijn „mislukt". Dit geldt ook nog voor de tegenwoordige omstandigheden.

Een zeker gedeelte der leerlingen verlaat ook nu nog een bepaalde school •— d.w.z. de school, waarvan de statistiek gemaakt wordt.— wegens verhuizing, ziekte, enz. Verder gaat een niet onbelangrijk percentage over naar andere schooltypen, als kweekscholen, zeevaartscholen, enz. Verlaat een leerling, bijvoorbeeld na de derde klasse, de middelbare school om den handel in te gaan, dan kan hij toch moeilijk bij de groep der „mislukten" worden ingedeeld.

Waar volgens Vaes „een drang naar het eindexamen" zeer merkbaar is, vertrouwen we, dat het percentage der geslaagden bij het eindexamen in de laatste tien jaar overigens belangrijk hooger zal zijn.

Verder mag nog worden opgemerkt, dat zóó een leerling het niet verder kan brengen dan bijvoorbeeld de derde klasse, het genoten onderwijs niettemin noch voor hem, noch voor de maatschappij verloren is.

Al deze bovengenoemde overwegingen heeft de Commissie bij haar beschouwingen over het hoofd gezien.

Tenslotte is er nog een bewering van de Commissie, die de aandacht trekt.

In Juli 1924 werd van regeeringswege een Commissie benoemd om advies uit te brengen omtrent een gewijzigde inrichting van het onderwijsverslag. Het rapport van deze Commissie, in 1926 verschenen, noemt het onderwijsverslag, voorzoover toen uitgebracht „onevenwichtig" en spreekt van „stelselloozen opbouw"1).

Op pagina 4 en 5 zegt laatstgenoemde Commissie van het onderwijsverslag onder meer: „Slechts de resultaten, getrokken uit een volledige onderwijsstatistiek behooren in voldoende mate in het verslag verwerkt te worden. Om aan dien eisch te kunnen voldoen, zal echter in de eerste plaats een volledige onderwijs-

1) Rapport van de Commissie, aan welke is opgedragen advies uit te brengen omtrent een gewijzigde inrichting van het Onderwijsverslag, 's Gravenhage, Algemeene Landsdrukkerij, 1926.

Sluiten