Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en boekte daarbij op de staatsbegrooting belangrijke overschotten. Een zeker herstel van de crisismaatregelen trad daarbij in; zoo bracht bijvoorbeeld het jaar 1928 een herziening van het Bezoldigingsbesluit.

Doch de crisismaatregelen, die het middelbaar onderwijs en de leeraren zoo achteruit hadden gebracht, bleven vrijwel onveranderd voortbestaan.

Het Hoofdbestuur van de Algemeene Vereeniging van Leeraren bij het Middelbaar Onderwijs moet er ten ernstigste voor waarschuwen, dat men ten tweeden male een crisisperiode zal gebruiken om het middelbaar onderwijs en zijn dienaren blijvend achteruit te zetten.

Voor de meest radicale maatregelen zelfs deinst de Commissie-Welter niet terug. De gemeenten moeten bij de organisatie van het Voorbereidend Hooger en Middelbaar Onderwijs geheel worden uitgeschakeld om te komen tot een regionale organisatie van dit onderwijs, waarbij de inspecteurs, belast met het toezicht, moeten worden gemetamorfoseerd in een soort bezuimaingsambtenaren. Als de gemeentelijke autonomie maar eenmaal gebroken is, zal het Rijk vrij de hand kunnen uitslaan ter verdere afbraak van het Middelbaar Onderwijs ...

Het is op zichzelf een verdienste, dat dit vrijwel openlijk wordt gezegd.

Het subsidierapport van de A.V.M.O.

Tegenover het experiment der Commissie-Welter plaatsen wij ons eigen subsidierapport. De Algemeene Vereeniging van Leeraren bij het Middelbaar Onderwijs heeft namelijk in de jaren 1929 en 1930 het subsidievraagstuk met de onderlinge verhoudingen tusschen Rijk, gemeenten en schoolbesturen in ernstige studie genomen. Het rapport van een daartoe ingestelde commissie werd op de Algemeene Vergadering van 1930 met algemeene stemmen aanvaard. Wanneer men bedenkt, dat de Algemeene Vereeniging van Leeraren bij het Middelbaar Onderwijs leeraren omvat van allerlei schakeering in dienst bij het Rijk, de gemeenten en het bijzonder onderwijs, dan mag zeker wel de meening worden geuit, dat bij dit werk met de belangen van alle groepeeringen rekening is gehouden. Voorzoover wij weten, is het met het beginselprogramma van geen enkele politieke partij in strijd; het laat de vrijheid van gemeenten en schoolbesturen op het gebied van het middelbaar onderwijs onaangetast, hetgeen stellig een groot voordeel is te achten. In toenemende mate beaint dat rapport de aandacht te trekken van politici uit alle partijen. Zoo heeft een Commissie uit de S.D.A.P., die ter bestu-

Sluiten